Hij riep de naam JHWH uit

Het Evangelie van Gods glorie - Dag 20
Lightstock

De HEER daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mozes staan en riep de naam HEER uit. De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER!’
(Ex. 34:5-6, NBV)

Het tekstgedeelte bovenaan deze Dag leidt het uiteindelijke antwoord in op de vraag van Mozes: ‘Laat mij uw glorie zien’ — de vraag uit de dagtekst van gisteren. Er was iets ergs gebeurd: JHWH’s mensen hadden zich schuldig gemaakt aan een zonde die hem in zijn hart raakt. En dan gebeurt er iets verrassends. JHWH laat weten dat hij bereid is te vergeven: niet de schuldige partij, maar JHWH zal de rekening betalen. En daarmee zijn we bij het antwoord op de vraag van Mozes. Het begint met een opeenstapeling van woorden en zinnen met telkens weer dezelfde boodschap. Stuk voor stuk onderstrepen ze dat JHWH vergevingsgezind is, en wel heel royaal.

Vergeven is iets anders dan doen alsof er niets gebeurd is. JHWH is niet onverschillig, alsof de zonde van de aanbidding van het gouden stierkalf niets met hem doet. Dat wordt wel duidelijk wanneer vervolgens twee ernstige waarschuwingen klinken. De eerste waarschuwing is dat JHWH ‘niet alles ongestraft laat’ (Ex. 34:7, NBV). Dat betekent hier waarschijnlijk zoveel als: ‘niet alles zomaar ongestraft laat’. Er zit iets mysterieus in wat JHWH in één adem zegt: hij is vergevingsgezind, en: hij laat niet alles zomaar ongestraft. Eén ding is wel duidelijk: vergeven is niet iets vanzelfsprekends.

Vergeven is iets anders dan doen alsof er niets gebeurd is.

In de tweede waarschuwing worden vooral de vaders (Ex. 34:7, WV en HSV) aangesproken. De woorden van de tweede waarschuwing zijn bekend uit het Tweede Woord van de Dekaloog (Ex. 20:3-6; Deut. 5:7-10) waarin JHWH het vereren van andere goden en het maken van godenbeelden had verboden. Dat was precies het gebod dat door de Israëlieten overtreden was toen ze een gouden kalf maakten en vereerden. Een overtreding van het Tweede Woord is zo ernstig dat een speciale waarschuwing op zijn plaats is. Een oudere generatie moet beseffen dat ze als het gaat om het vereren van de ene ware God een belangrijke rol speelt in de vorming van volgende generaties. Vaders kunnen kinderen in de goede richting sturen, maar ook in een verkeerde richting. Wanneer vaders zich schuldig hebben gemaakt aan de verering van andere goden zal JHWH ook onderzoek doen bij de volgende generaties en dan ‘naar bevind van zaken optreden tegen’ (een betere vertaling dan ‘laten boeten’ van de NBV) die volgende generaties (als je wilt zien hoe dat in de praktijk werkt, lees dan een voorbeeld in Leviticus 20:1-5).

Zien met je oren

In zijn antwoord op de vraag van Mozes geeft JHWH zijn visitekaartje af: JHWH is vergevingsgezind, en tegelijk laat hij niet alles maar over zijn kant gaan — als het goed is hoor je de wijs Tegelijk. De volgorde is belangrijk: JHWH’s royale barmhartigheid gaat voorop, daarna gaat het over zijn volle ernst. Duidelijk moet zijn dat het een vergissing is te denken dat bij JHWH vergeven hetzelfde is als gedogen. Bij JHWH sluiten vergeving en handhaving elkaar niet uit. Nu zien we wat JHWH’s goedheid, zijn naam en zijn barmhartigheid te maken hebben met zijn glorie. Dat is JHWH’s glorie, zo laat hij zijn goedheid zien: hij is vol van goedheid en waarheid. Zo maakt JHWH naam.

JHWH is vergevingsgezind, en tegelijk laat hij niet alles maar over zijn kant gaan — als het goed is hoor je de wijs Tegelijk.

Maar nu de vraag: wat heeft Mozes gezien? In een eerder verhaal in het boek Exodus onderstreepte de verteller de bijzonderheid van het moment door maar liefst twee keer te vermelden wat er gebeurde: mensen ‘zagen de God van Israël’ (Ex. 24:9-11). Zoiets ontbreekt in het verhaal in Exodus 34. Wat is in dit geval de bijzonderheid van het moment? Het antwoord is: ‘Hij riep de naam JHWH uit’. ‘Hij riep uit’ — dat is wat hier twee keer vermeld wordt, in dit verhaal dat begon met een vraag van Mozes aan JHWH hem zijn glorie te laten zien. De vraag over het zien van JHWH’s glorie wordt beantwoord doordat JHWH iets laat horen: hij roept zijn naam JHWH uit.

Is dat alles? Dat is inderdaad: alles! Door het uitroepen en vervolgens openvouwen van zijn naam laat JHWH aan Mozes zijn glorie zien. Het onderstreept de ontdekking die we deden bij de Wijs Woordenschat: dat het woord naam een synoniem kan zijn van het woord glorie. We zullen het nog vaker tegenkomen: getuige zijn van JHWH’s glorie betekent in veel gevallen zien met je oren.

Is dat alles? Dat is inderdaad: alles! Door het uitroepen en vervolgens openvouwen van zijn naam laat JHWH aan Mozes zijn glorie zien.

Noot van de redactie: 

De teksten in deze serie vormen een vingeroefening voor een dagboek dat later gepubliceerd zal worden (voorlopige titel: Onvergelijkelijke grootheid. Het Evangelie van Gods glorie, Uitgeverij Van Wijnen). Het voornemen is elke dinsdag- en vrijdagavond een nieuwe tekst online te zetten: een routebeschrijving halverwege de week, en dan nog een tegen het einde van de week.

Klik hier voor alle delen uit deze serie.

 

Tijdens de zomer zullen er geen volgende Dagen uit deze serie verschijnen.

Deel
Laad meer
Laden