Wij zijn een gemeenschap van evangelicale kerken in de traditie van de Reformatie die zich van harte inzetten voor de vernieuwing van ons geloof in het Evangelie van Christus en voor de hervorming van de praktijk van onze evangeliebediening, met als doel die volledig in overeenstemming te doen zijn met de Heilige Schrift. We zijn diep bezorgd geraakt over bepaalde ontwikkelingen binnen het traditionele evangelicalisme die leiden tot afname van het geestelijk leven van de kerk en ons wegvoeren van onze historisch gewortelde geloofsovertuigingen en –praktijken. Enerzijds zijn we verontrust door de afgoderij van het gericht zijn op persoonlijke behoeftebevrediging en het tot een politieke zaak maken van het geloof. Anderzijds benauwt ons de stilzwijgende aanvaarding van theologisch en moreel relativisme. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat zowel de Bijbelse waarheid als het nieuwe leven waartoe ons aloude geloof ons opriep, gemakkelijk vaarwel zijn gezegd. We horen niet alleen over deze invloeden, we zien de gevolgen ervan. Wij hebben onszelf ertoe verbonden kerken te versterken met nieuwe hoop en overweldigende vreugde die gebaseerd is op de beloften ontvangen uit genade alleen, door het geloof alleen, in Christus alleen.

Wij zijn een gemeenschap van evangelicale kerken in de traditie van de Reformatie die zich van harte inzetten voor de vernieuwing van ons geloof in het Evangelie van Christus en voor de hervorming van de praktijk van onze evangeliebediening

Wij geloven dat er in veel evangelicale kerken een diepe en breed gedragen consensus bestaat ten aanzien van de waarheden van het Evangelie. Desondanks moeten we vaak constateren dat het vreugdevol beleven van onze eenheid met Christus plaats maakt voor ofwel de eeuwenoude verleidingen van macht en overvloed, ofwel de monastieke vlucht in het ritueel, de liturgie en het sacrament. Wat het Evangelie vervangt zal nooit een missionair gedreven geloof bevorderen, dat verankerd is in de blijvende waarheid en zich manifesteert in een vrijmoedig discipelschap dat ernaar verlangt de toets van de roeping van het Koninkrijk en de offers die dat vraagt te doorstaan. Wij willen voortgaan op de weg van het Koninkrijk: altijd gericht zijn op de verkondiging, bemoediging en het geven van onderwijs vanuit het Evangelie. De huidige en volgende generatie kerkleiders zullen dan beter toegerust zijn om hun bediening te voeden met principes en praktijken die de Heiland verheerlijken en ten goede komen aan hen voor wie Hij zijn levensbloed vergoten heeft.

We willen een gezamenlijke inspanning op gang brengen die zich richt op alle volken, – een inspanning die bestaat uit ijveren voor de eer van Christus en voor de vermenigvuldiging van zijn discipelen, verenigd in een waar verbond voor Jezus. Alleen in een dergelijke bijbels gefundeerde en gezamenlijke missie is de duurzame toekomst voor de kerk gelegen. Deze realiteit dwingt ons om zij aan zij te staan, samen met anderen die [net als wij] in beweging gezet zijn door de overtuiging dat de genade van God in Jezus Christus onze enige hoop op eeuwig heil is. We verlangen ernaar dit Evangelie met helderheid, bewogenheid, moed en vreugde uit te dragen; graag komen we daarbij tot een hartelijke vereniging met medegelovigen, over kerkelijke, etnische en klassegrenzen heen.

Onze wens is de kerk die we liefhebben te dienen door al onze broeders en zusters uit te nodigen zich bij ons aan te sluiten in een poging om de hedendaagse kerk zo te vernieuwen, vanuit het oude Evangelie van Christus, dat we werkelijk spreken en leven voor Hem op een wijze die duidelijk in verbinding staat met onze tijd. We willen dit doen met inzet van de middelen waarvan God gewoonlijk gebruikmaakt om zijn genade uit te delen: gebed, bediening van het Woord, doop en avondmaal, en de gemeenschap der heiligen. We verlangen naar de samenwerking met allen die, behalve dat zij de belijdenis en visie die we hieronder uiteenzetten omarmen, zoeken naar de heerschappij van Christus over het gehele leven, met een rotsvast vertrouwen op de kracht van de Heilige Geest om individuele personen, gemeenschappen en culturen te transformeren.

Hier vindt u links naar onze Geloofsbelijdenis en onze Theologische visie op de Evangeliebediening, een visie die is geworteld in de Heilige Schrift en die zich concentreert op het Evangelie.

Voor meer informatie over onze geloofsbelijdenis verwijzen we naar de series of 14 booklets geschreven door leden van TGC in Amerika onder redactie van mede-oprichters D. A. Carson en Tim Keller.

  1. De Drie-enige God Wij geloven in één God, die eeuwig bestaat in drie even goddelijke Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, die elkaar kennen, liefhebben en verheerlijken. Deze ene, ware en levende God is oneindig volmaakt zowel in Zijn liefde als in zijn heiligheid. Hij is de Schepper van alle dingen, zowel zichtbare als onzichtbare, en is het daarom waard om alle eer en aanbidding te ontvangen. Als Onsterfelijke en Eeuwige, kent Hij volmaakt en volledig vanaf het begin wat het einde zal zijn, onderhoudt en regeert Hij soeverein alle dingen, en brengt Hij in Zijn voorzienigheid Zijn eeuwige en goede voornemen tot stand om een volk voor Zichzelf te verlossen en Zijn gevallen schepping te herstellen, tot lof van Zijn heerlijke genade.
  2. Openbaring God heeft genadig Zijn bestaan en kracht in de Schepping bekend gemaakt, en heeft Zich bovenal geopenbaard aan gevallen mensen in de Persoon van Zijn Zoon, het vleesgeworden Woord. Bovendien is deze God een God die spreekt en die Zich door Zijn Geest genadig heeft geopenbaard in menselijke woorden: wij geloven dat God de woorden die bewaard zijn in de Schriften, de 66 boeken van het Oude en het Nieuwe Testament, heeft geïnspireerd. Deze boeken zijn zowel een verslag als een instrument van Zijn reddend werk in de wereld. Alleen deze geschriften vormen het woordelijk geïnspireerde Woord van God. Dit Woord is volkomen gezaghebbend en zonder fouten in de oorspronkelijke handschriften, volledig in de openbaring van Zijn wil voor onze verlossing, voldoende voor alles wat God van ons eist om te geloven en te doen, en beslissend in zijn gezag over ieder kennisterrein waarover het spreekt. Wij belijden dat zowel onze beperktheid als onze zonde het voor ons onmogelijk maakt om Gods waarheid uitputtend te kennen, maar wij bevestigen dat wij door de verlichting met de Heilige Geest Gods geopenbaarde waarheid wel werkelijk kunnen kennen. De Bijbel moet worden geloofd, als Gods instructie, in alles dat zij onderwijst; gehoorzaamd als Gods gebod, in alles dat zij van ons eist; en worden vertrouwd als Gods plechtige gelofte in alles dat zij belooft. Wanneer Gods kinderen het Woord horen, geloven en doen, worden ze toegerust als leerlingen van Christus en getuigen van het evangelie.
  3. De schepping van de mensheid Wij geloven dat God mensen schiep, mannelijk en vrouwelijk, naar Zijn eigen beeld. Adam en Eva hoorden bij de scheppingsorde waarvan God zelf verklaarde dat die zeer goed was. Zij dienden als Gods vertegenwoordigers om voor de schepping te zorgen, die te beheren en te besturen. Zij leefden in heilige en toegewijde gemeenschap met hun Maker. Mannen en vrouwen, in gelijke mate gemaakt naar het beeld van God, genieten in gelijke mate toegang tot God door het geloof in Jezus Christus. Beiden zijn geroepen zich te richten op betekenisvolle, persoonlijke en publieke betrokkenheid bij gezin, kerk en maatschappij, die veel verder gaat dan het passief gericht zijn op eigen genot. Adam en Eva waren geschapen om elkaar aan te vullen in de eenheid van één lichaam, die het enige, normatieve patroon bepaalt voor seksuele relaties tussen man en vrouw, zodat het huwelijk uiteindelijk dient als een beeld van de eenheid tussen Christus en Zijn gemeente. In Gods wijze bedoeling zijn mannen en vrouwen niet eenvoudigweg uitwisselbaar, maar vullen zij elkaar juist zó aan dat zij elkaar wederzijds verrijken. God verordent dat zij onderscheiden rollen aanvaarden, die de liefdevolle relatie tussen Christus en de gemeente weerspiegelen. De man oefent daarbij leiderschap uit op een manier die de zorgzame, opofferende liefde van Christus laat zien, en de vrouw is de man op zo’n wijze onderdanig dat het een model is van de liefde van de gemeente voor haar Heer. In de bediening van de gemeente worden zowel mannen als vrouwen aangemoedigd om Christus te dienen en al hun talenten te ontwikkelen in de verscheidenheid van taken van Gods volk. De onderscheiden leiderschapsrol binnen de kerk, gegeven aan gekwalificeerde mannen, vindt zijn grond in schepping, zondeval en verlossing, en moet niet terzijde geschoven worden met een beroep op culturele ontwikkelingen.
  4. De zondeval Wij geloven dat Adam, gemaakt naar het beeld van God, dat beeld verwrongen heeft en zijn oorspronkelijke, gezegende positie voor zichzelf en heel zijn nageslacht verspeeld heeft door te vallen in zonde door de verleiding van satan. Als gevolg daarvan zijn alle mensen vervreemd van God, verdorven in alle aspecten van hun bestaan (bijv. fysiek, mentaal, in hun wil, emotioneel, geestelijk) en – als God niet zelf genadig zou ingrijpen – definitief en onherroepelijk tot de dood veroordeeld. Wat alle mensen allermeest nodig hebben, is verzoend te worden met de God onder wiens rechtvaardige en heilige toorn wij ons bevinden. De enige hoop voor alle mensen is de onverdiende liefde van deze zelfde God, die alleen ons kan redden en ons kan terugbrengen tot Zichzelf.
  5. Het plan van God Wij geloven dat God van alle eeuwigheid in genade besloten heeft om een grote menigte van schuldige zondaren uit iedere stam en taal en volk en natie te redden en met het oog hierop hen tevoren kende en uitkoos. Wij geloven dat God degenen die door genade geloven in Jezus, rechtvaardigt en heiligt, en dat Hij hen eens zal verheerlijken; dit alles tot lof van Zijn heerlijke genade. In liefde gebiedt en smeekt God alle mensen zich te bekeren en te geloven, terwijl Hij zijn reddende liefde gericht heeft op degenen die Hij heeft verkozen en voor wie Hij bepaald heeft dat Christus hun Verlosser zou zijn.
  6. Het evangelie Wij geloven dat het evangelie het goede nieuws van Jezus Christus is – Gods hoogste wijsheid. Alhoewel het evangelie volslagen dwaasheid is voor de wereld, is het de kracht van God voor hen die behouden worden. Dit goede nieuws is christologisch, en concentreert zich op het kruis en de opstanding. Het evangelie wordt niet verkondigd als Christus niet verkondigd wordt, en de echte Christus is niet verkondigd als Zijn dood en opstanding niet centraal staan (de boodschap is: “Christus is gestorven voor onze zonden … en is opgewekt”). Dit goede nieuws is Bijbels (Zijn dood en opstanding zijn overeenkomstig de Schriften), theologisch en gericht op ons behoud (Christus stierf voor onze zonden om ons met God te verzoenen), historisch (als deze heilsfeiten niet hebben plaatsgevonden, is ons geloof zinloos, zijn we nog in onze zonden, en zijn we meer beklagenswaardig dan alle andere mensen), apostolisch (de boodschap was toevertrouwd aan, en werd doorgegeven door de apostelen, die getuigen waren van deze heilsfeiten), en zeer persoonlijk (waar deze boodschap wordt ontvangen, geloofd en volhardend wordt vastgehouden, worden individuele mensen behouden).
  7. De verlossing door Christus Wij geloven dat de eeuwige Zoon mens werd, gedreven door liefde en in gehoorzaamheid aan Zijn Vader: het Woord is vlees geworden, volledig God en volledig mens, één Persoon in twee naturen. De man Jezus, de beloofde Messias van Israël, is ontvangen door de wonderlijke werking van de Heilige Geest, en is geboren uit de maagd Maria. Hij gehoorzaamde volmaakt Zijn hemelse Vader, leefde een zondeloos leven, volbracht wonderlijke tekenen, is gekruisigd onder Pontius Pilatus, stond lichamelijk op uit de dood op de derde dag en voer op naar de hemel. Als de Koning en Middelaar zit Hij aan de rechterhand van God de Vader en brengt Hij in de hemel en op aarde heel Gods soevereine wil ten uitvoer, en is Hij onze Hogepriester en onze rechtvaardige Voorspraak. We geloven dat Jezus Christus door Zijn vleeswording, leven, dood, opstanding en hemelvaart handelde als onze vertegenwoordiger en plaatsvervanger. Hij deed dit zodat wij in Hem de gerechtigheid van God zouden worden [2 Kor. 5:21]; aan het kruis wiste Hij de zonde uit, stilde Gods toorn en verzoende allen die geloven met God door de volle straf voor onze zonden te dragen. Door Zijn opstanding is Christus Jezus gerechtvaardigd door Zijn Vader, verbrak Hij de macht van de dood en overwon Satan, die er voorheen de macht over had, en heeft eeuwig leven gebracht voor al Zijn volk; door Zijn hemelvaart is Hij voor altijd verheven als Heer en heeft voor ons een plaats bereid om bij Hem te zijn. Wij geloven dat er bij niemand anders redding gevonden wordt, want er is onder de hemel geen andere Naam gegeven waardoor wij zalig moeten worden. Omdat God het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, kan geen mens zich ooit beroemen tegenover Hem – Christus Jezus is voor ons geworden wijsheid van God, dat is onze gerechtigheid, heiligheid en verlossing.
  8. De Rechtvaardiging van zondaren Wij geloven dat Christus door Zijn gehoorzaamheid en dood de schuld van al degenen die gerechtvaardigd worden volledig voldaan heeft. Door Zijn offer droeg Hij in onze plaats de straf die wij verdiend hadden vanwege onze zonden. Zo heeft Hij in onze plaats gepast, werkelijk en volledig genoegdoening gedaan aan Gods rechtvaardigheid. Door Zijn perfecte gehoorzaamheid heeft hij ten behoeve van ons voldaan aan de rechtvaardige vereisten van God, aangezien deze perfecte gehoorzaamheid toegerekend wordt alleen door geloof aan allen die op Christus alleen vertrouwen voor hun aanvaarding door God. Christus is door de Vader voor ons gegeven, en Zijn gehoorzaamheid en de straf die Hij droeg, zijn aanvaard – vrijwillig en niet vanwege iets in ons – in plaats van onze eigen gehoorzaamheid en straf. Daarom is deze rechtvaardiging uitsluitend uit vrije genade zodat zowel de stipte rechtvaardigheid als de rijke genade van God verheerlijkt zouden worden in de rechtvaardiging van zondaren. Wij geloven dat een ijver voor persoonlijke en publieke gehoorzaamheid uit deze vrije rechtvaardiging voortvloeit.
  9. De kracht van de heilige Geest Wij geloven dat deze verlossing, waarvan de hele Schrift getuigt en die door Jezus Christus is zeker gesteld, door de heilige Geest wordt toegepast aan Zijn volk. De heilige Geest, gezonden door de Vader en de Zoon, verheerlijkt de Heere Jezus Christus en is als de ‘andere’ Parakleet (advocaat, voorspraak, trooster), aanwezig met en in gelovigen. Hij overtuigt de wereld van zonde, van gerechtigheid en van oordeel en herschept geestelijk dode zondaren door Zijn krachtige en verborgen werk. Hij wekt hen tot bekering en geloof doordat Hij hen doopt tot eenheid met de Heere Jezus, zodanig dat zij gerechtvaardigd worden voor God door genade alleen, door geloof alleen en in Jezus Christus alleen. Door het werk van de Geest worden gelovigen vernieuwd, geheiligd en aangenomen in Gods huisgezin; zij hebben deel aan de goddelijke natuur, en ontvangen zijn soeverein uitgedeelde gaven. De Heilige Geest is zelf het onderpand van de beloofde erfenis en woont in dit tijdperk in de gelovigen, die Hij leidt, onderwijst, toerust, vernieuwt en bekrachtigt tot leven en dienen als Christus.
  10. Het Koninkrijk van God Wij geloven dat diegenen die gered zijn door de genade van God, door middel van de vereniging met Christus door het geloof en door de wedergeboorte door de heilige Geest, het Koninkrijk van God binnengaan en zich mogen verheugen in de zegeningen van het nieuwe verbond: de vergeving van zonden, de innerlijke verandering die een verlangen opwekt om God te verheerlijken, te vertrouwen en te gehoorzamen, en het vooruitzicht op de heerlijkheid die nog geopenbaard zal worden. Goede werken vormen het onmisbaar bewijs van reddende genade. Levend als zout in een wereld die aan het bederven is en als licht in een wereld die duister is, moeten gelovigen zich noch terugtrekken in afzondering van deze wereld, noch zich zo opstellen dat ze niet te onderscheiden zijn van haar. Integendeel, we moeten goeddoen aan de stad, want alle heerlijkheid en eer van de volken komt alleen aan de levende God toe. Omdat we erkennen wiens geschapen orde dit is, en omdat we burgers zijn van het Koninkrijk van God, moeten we onze naasten liefhebben als onszelf, goed doen aan allen en vooral aan de huisgenoten van het geloof. Het Koninkrijk van God dat nu reeds aanwezig is, maar nog niet ten volle is gerealiseerd, is de uitoefening van Gods soevereiniteit in de wereld op weg naar de uiteindelijke verlossing van de hele schepping. Het Koninkrijk van God is een binnendringende kracht die satans duistere koninkrijk plundert en de levens van individuele mensen die daaruit zijn gered nieuw leven en herstel geeft door bekering en geloof. Het vestigt daarom onherroepelijk een nieuwe gemeenschap van menselijk leven, samen onder God.
  11. Gods nieuwe volk Wij geloven dat Gods volk van het nieuwe verbond al gekomen is tot het hemelse Jeruzalem; zij zijn reeds in de hemelse gewesten gezet met Christus. Deze universele (wereldwijde) kerk manifesteert zich in lokale kerken waarvan Christus het enige Hoofd is. Daarom is iedere ‘lokale kerk’ in feite de kerk, het huisgezin van God, de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid [1 Tim. 3:15]. De kerk is het lichaam van Christus, Zijn oogappel, in Zijn handen gegraveerd, en Hij heeft zich voor altijd vast aan haar verbonden. De kerk onderscheidt zich door haar boodschap van het evangelie, haar heilige instellingen, haar tucht, haar grote missie, en bovenal door haar liefde tot God, en door de liefde van de leden voor elkaar en voor de wereld. Cruciaal is dat dit evangelie dat we koesteren zowel persoonlijke als collectieve dimensies heeft, die geen van beide geheel veronachtzaamd mogen worden. Christus Jezus is onze vrede; Hij heeft niet alleen vrede met God tot stand gebracht, maar ook vrede tussen volken die van elkaar vervreemd waren. Zijn doel was om in zichzelf één nieuwe mensheid te creëren om zo vrede te maken en zowel Jood als heiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij hun vijandschap gedood heeft. De kerk dient als een voorbode van Gods toekomstige nieuwe wereld wanneer haar leden leven om elkaar en hun naasten te dienen in plaats van op zichzelf gericht te zijn. De kerk is de collectieve woonplaats van Gods Geest en de voortdurende getuige van God in de wereld.
  12. Doop en avondmaal Wij geloven dat doop en avondmaal door de Heere Jezus zelf zijn ingesteld. De eerste is verbonden met de toegang tot de gemeenschap van het nieuwe verbond en de laatste met altijd doorgaande vernieuwing van het verbond. Samen vormen ze tegelijkertijd Gods vaste belofte aan ons, door God ingestelde genademiddelen, onze openbare gelofte van onderwerping aan de eens gekruisigde en nu opgestane Christus, en het uitzicht op Zijn wederkomst en de voltooiing van alle dingen.
  13. Het herstel van alle dingen Wij geloven in de persoonlijke, heerlijke, en lichamelijke terugkeer van onze Heere Jezus Christus met Zijn heilige engelen, wanneer Hij zijn ambt als hoogste Rechter zal uitoefenen en zijn Koninkrijk voltooid zal worden. Wij geloven in de lichamelijke opstanding van zowel de rechtvaardigen als de onrechtvaardigen – de onrechtvaardigen tot oordeel en eeuwige bewuste straf in de hel, zoals onze Heere zelf heeft onderwezen, en de rechtvaardigen tot eeuwige gelukzaligheid in aanwezigheid van Hem die op de troon zit en van het Lam in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde, het huis van gerechtigheid. Op die dag zal de kerk volmaakt aan God worden voorgesteld door de gehoorzaamheid, het lijden en de overwinning van Christus, zal alle zonde uitgewist zijn, en de ellendige effecten daarvan voor altijd zijn uitgebannen. God zal alles en in allen zijn, en Zijn volk zal volledig in beslag worden genomen door de nabijheid van Zijn onuitsprekelijke heiligheid en alles zal zijn tot lof van Zijn heerlijke genade.

Dit is geen overzicht van onze leerstellige overtuigingen (zie de geloofsbelijdenis), maar een verklaring ten aanzien van de vraag hoe we onze christelijke bediening willen vervullen en ons willen verhouden tot onze cultuur in trouw aan Bijbel en theologie.

I. Hoe moeten we reageren op de culturele crisis ten aanzien van de waarheid? (de epistemologische kwestie)

Gedurende enkele honderden jaren, sinds het aanbreken van de periode van de Verlichting, was men het er algemeen over eens dat waarheid – uitgedrukt in woorden die wezenlijk overeenkomen met de werkelijkheid – inderdaad bestaat en gekend kan worden. De menselijke rede, zo dacht men, is zelfstandig in staat de waarheid objectief te kennen. Meer recent heeft het postmodernisme deze set veronderstellingen onder kritiek geplaatst, waarbij de stelling is dat we in feite niet objectief zijn in onze zoektocht naar de waarheid, maar integendeel informatie interpreteren door de bril van onze persoonlijke ervaringen, eigenbelangen, emoties, culturele vooroordelen, beperkingen in taal, en van de gemeenschappen waarmee we verbonden zijn. De aanspraak op objectiviteit is arrogant, zo vertelt het postmodernisme ons, en leidt onvermijdelijk tot conflicten tussen groepen met verschillende opvattingen over wat waarheid is. Zulke arrogantie, zo zeggen zij, verklaart ten dele veel van het onrecht en de oorlogen van de moderne tijd. Maar de reactie van het postmodernisme is weer op een andere manier gevaarlijk: haar meest krachtige voorvechters staan erop dat aanspraken op objectieve waarheid vervangen worden door een meer bescheiden, tolerant en een alle diversiteit omvattend, subjectief pluralisme. Dit pluralisme zakt vaak weg in de modder van een moeras dat geen vaste grond kan toestaan aan ‘het geloof dat eenmaal aan de heiligen overgeleverd is’. Een dergelijke houding laat geen ruimte voor waarheid die overeenstemt met de werkelijkheid, maar alleen nog voor een reeks subjectief gekleurde waarheden. Hoe moeten we reageren op deze culturele crisis ten aanzien van waarheid?

  1. We zijn er van overtuigd dat waarheid bestaat uit overeenstemming met de werkelijkheid. We geloven dat de Heilige Geest, die de woorden van de apostelen en profeten inspireerde, ook in ons woont, zodat wij, die naar het beeld van God zijn geschapen, de woorden van de Schrift geopenbaard door God kunnen ontvangen en begrijpen, en bevatten dat de waarheden van de Schrift overeenstemmen met de werkelijkheid. De uitspraken van de Schrift zijn waar, juist omdat het Gods uitspraken zijn, en zij stemmen overeen met de werkelijkheid, zelfs al is onze kennis van deze waarheden (en zelfs ons vermogen om ze aan anderen te bewijzen) altijd noodzakelijk onvolledig. Het geloof van de Verlichting in geheel objectieve kennis maakte een afgod van de zelfstandig functionerende menselijke rede. Maar het ontkennen van de mogelijkheid tot zuivere, objectieve kennis betekent niet het opgeven van waarheid die overeenkomt met de objectieve werkelijkheid, zelfs al kunnen we dergelijke waarheid nooit kennen zonder een element van subjectiviteit. (zie artikel 2 van de geloofsbelijdenis).
  2. We zijn er van overtuigd dat waarheid bekend gemaakt wordt door de Schrift. Wij geloven dat de Schrift door en door propositioneel is [d.w.z. uitspraken doet die er aanspraak op maken waar te zijn] en dat alle uitspraken die de Schrift doet geheel waar en gezaghebbend zijn. Maar de waarheid van de Schrift kan niet uitputtend worden samengevat in een aantal proposities. De waarheid van de Schrift wordt ons doorgegeven via de genres van vertelling, metafoor en poëzie, die niet volledig teruggebracht kunnen worden tot leerstellige uitspraken, maar toch Gods wil en bedoeling aan ons overbrengen, om ons te veranderen in mensen die op Hem lijken.
  3. We zijn er van overtuigd dat waarheid bestaat uit een leven in overeenstemming met God. Waarheid is niet alleen een theoretische overeenstemming daarmee, maar is ook een verbondsrelatie. De Bijbelse openbaring moet niet alleen gekend worden, maar ook geleefd worden (Deut. 29:29). Het doel van de Bijbel is om wijsheid in ons voort te brengen, een leven volledig onderworpen aan Gods werkelijkheid. Waarheid is daarom overeenstemming tussen ons hele leven en Gods hart, woorden en daden, door middel van het Woord en de Geest. Opgeven dat de Bijbel propositioneel van karakter is, ondermijnt ernstig ons vermogen om het evangelie vast te houden, te verdedigen en uit te leggen. Maar uitsluitend spreken van waarheid in termen van proposities, betekent een aantasting van onze erkenning van de vleesgeworden Zoon als de Weg, de Waarheid en het Leven, en van de communicatieve kracht van vertelling en verhaal, en het belang van waarheid gezien als echt leven in overeenstemming met God.
  4. Deze visie op waarheid bepaalt op de volgende manier wie wij zijn:
    1. We aanvaarden een ‘gematigde’ theorie over de overeenstemming van waarheid met de werkelijkheid die minder triomfalistisch is dan die door sommigen werd aangehangen in het oudere evangelicalisme. Maar we verwerpen ook een visie op waarheid die waarheid als weinig meer ziet dan de intern samenhangende taal van een bepaalde geloofsgemeenschap. Dus we handhaven – hopelijk met gepaste bescheidenheid – het principe van Sola Scriptura.
    2. Hoewel waarheid propositioneel is, is waarheid niet alleen iets om te geloven, maar ook iets om te ontvangen met aanbidding en met wijsheid in de praktijk te brengen. Deze balans is bepalend voor onze visie op discipelschap en prediking. We willen een passie voor zuivere leer aanmoedigen, maar we weten dat christelijke geloofsgroei niet louter bestaat uit kennisoverdracht (cognitief). Christelijke geloofsgroei vindt alleen plaats wanneer het hele leven wordt gestempeld door de christelijke praktijken in de gemeente – inclusief gebed, doop, avondmaal, onderling contact en de publieke bediening van het Woord.
    3. Onze theoretische kennis van Gods waarheid is – ook wanneer ze accuraat is – slechts ten dele, maar we kunnen er desondanks zeker van zijn dat wat het Woord ons zegt, waar is (Luk. 1:4). Door de kracht van de Heilige Geest aanvaarden we de woorden van het evangelie met volle zekerheid en overtuiging (1 Tess. 1:5).

II. Hoe moeten we de Bijbel lezen (de hermeneutische kwestie)

  1. De hele Bijbel ‘van begin tot eind’ doorlezen. Het doorlezen van de hele Bijbel van begin tot eind is gericht op het onderkennen van de ene, fundamentele plot van de Bijbel als Gods geschiedenis van verlossing (bijv. Luk. 24:44) en de thema’s van de Bijbel (bijv. verbond, koningschap, tempel) die elke periode van de geschiedenis en elk onderdeel van de canon een rol spelen en die tot een climax komen in Jezus Christus. Vanuit dit perspectief komt het evangelie tot ons als schepping, zondeval, verlossing, voltooiing. Het laat het doel van de verlossing uitkomen, namelijk een vernieuwde schepping. Zoals we belijden in artikel 1 van de geloofsbelijdenis: [God] brengt in Zijn voorzienigheid Zijn eeuwige goede voornemen tot stand om een volk voor Zichzelf te verlossen en Zijn gevallen schepping te herstellen, tot lof van de heerlijkheid van Zijn genade.
  2. ‘Kriskras’ door de Bijbel heen lezen. Door kriskras door de Bijbel heen te lezen breng je de dingen die de Bijbel stelt – de oproepen en aanmaningen, beloften en waarheidsaanspraken – in denkcategorieën (bijv. theologie, christologie, eschatologie) bijeen, om zo te komen tot een samenhangend begrip van wat de Bijbel samengevat onderwijst (bijv. Luk. 24:46-47). Vanuit dit perspectief verschijnt het evangelie als “God, zonde, Christus, geloof”. Het maakt het middel van de verlossing bekend, namelijk het plaatsvervangende werk van Christus en onze verantwoordelijkheid om dit in geloof te omhelzen. Zoals we belijden in artikel 7 van de geloofsbelijdenis: Jezus Christus handelde door Zijn vleeswording, leven, dood, opstanding en hemelvaart als onze vertegenwoordiger en plaatsvervanger zodat wij in Hem rechtvaardig voor God zouden worden.
  3. Deze manier van de Bijbel lezen bepaalt op de volgende manier wie wij zijn:
    1. Veel mensen vandaag de dag (hoewel niet allen) die de eerstgenoemde manier van lezen (de Bijbel van begin tot eind doorlezen) tot de belangrijkste verheffen, blijven hangen in de meer collectieve aspecten van zonde en verlossing. Het kruis wordt hoofdzakelijk gezien als een voorbeeld van opofferend dienen en een overwinning over wereldse machten, meer dan als plaatsvervanging en verzoening voor onze zonden. Ironisch genoeg kan deze benadering heel wettisch zijn. In plaats van mensen op te roepen tot individuele bekering door een boodschap van genade, worden mensen opgeroepen zich aan te sluiten bij het christelijke gemeenschaps- en koninkrijksprogramma van wat God doet om deze wereld te bevrijden. De nadruk ligt op het christendom als een manier van leven ten koste van een door bloed verworven positie in Christus ontvangen door persoonlijk geloof. In deze onbalans is er weinig nadruk op krachtige evangelisatie en apologetiek, op bijbelverklarende prediking en op de kenmerken en het belang van bekering/wedergeboorte.
    2. Aan de andere kant [van het spectrum bevindt zich] het oudere evangelicalisme (hoewel niet in zijn geheel), dat de neiging vertoonde vooral kriskras de Bijbel door te lezen. Het resultaat was een meer individualistische benadering, vrijwel exclusief gericht op persoonlijke bekering en een gegarandeerde toegang tot de hemel. De prediking van het oudere evangelicalisme was wel schriftverklarend, maar soms moralistisch en benadrukte niet hoe alle Bijbelse thema’s culmineren in Christus en Zijn werk. In deze onbalans ligt er weinig of geen nadruk op het belang van het werk van gerechtigheid en barmhartigheid voor de armen en verdrukten, noch op culturele uitingen die God eren in kunst, in het zakenleven enz.
    3. Wij zijn er niet van overtuigd dat deze twee manieren van Bijbellezen idealiter elkaar helemaal uitsluiten, ook al spelen velen vandaag de dag ze tegen elkaar uit. Wij geloven integendeel dat deze twee manieren van Bijbellezen, wanneer ze juist worden gehanteerd, sámen nodig zijn voor het begrijpen van het Bijbels evangelie. Het evangelie is de bekendmaking dat door de dood en opstanding van Jezus Christus, God gekomen is om individuen door Zijn genade met zich te verzoenen en om de hele wereld te vernieuwen door en tot Zijn heerlijkheid.

III. Hoe moet onze verhouding zijn tot de omringende cultuur? (de kwestie van contextualisatie)

  1. Door een tegencultuur te zijn. We willen een kerk zijn die niet alleen individuele christenen steunt in hun persoonlijke wandel met God, maar een kerk die hen ook vormt tot de alternatieve menselijke samenleving die God schept door Zijn Woord en Geest. (Zie hieronder, punt 5.3 ‘Een gemeenschap die een tegencultuur is’).
  2. Gericht op het algemeen belang. Het is niet voldoende dat de kerk zich zou moeten verzetten tegen de waarden van de dominante cultuur. We moeten een tegencultuur zijn voor het algemeen belang. We willen radicaal verschillend zijn van de cultuur om ons heen, en toch moeten wij – vanuit deze andere identiteit – onze buren en zelfs onze vijanden dienen met zelfopoffering en er aan werken dat mensen tot volle ontplooiing komen, zowel in het hier en nu als in de eeuwigheid. We beschouwen daarom onze gezamenlijke erediensten niet als het primaire contactpunt met hen die buiten staan. Veeleer verwachten we onze naasten te ontmoeten wanneer we, vanuit liefde voor hen, in woord en daad werken aan hun vrede, zekerheid en welbevinden. Als we dit doen zullen we als ‘zout’ en ‘licht’ in de wereld zijn (door het in stand houden en verbeteren van leefomstandigheden en het laten zien van de heerlijkheid van God aan de wereld door onze manier van leven; Matt. 5:13-16). Zoals de Joodse ballingen geroepen waren om Babel lief te hebben en zich in te zetten voor haar vrede (Jer. 29:7), zo zijn christenen Gods volk ‘in ballingschap’ (1 Pet. 1:1; Jak. 1:1). De burgers van de stad van God moeten ook de best mogelijke burgers van hun aardse stad zijn (Jer. 29:4-7). We zijn noch bovenmatig optimistisch, noch pessimistisch ten aanzien van onze culturele invloed. We weten immers dat wanneer we wandelen in de voetstappen van Degene die Zijn leven aflegde voor zijn vijanden, ons vervolging te wachten staat, zelfs al hebben we sociale invloed (1 Pet. 2:12).
  3. Deze relatie tot de cultuur bepaalt op de volgende manier wie wij zijn:
    1. Wij geloven dat iedere uiting van het christendom noodzakelijk en terecht enigszins contextueel bepaald wordt door een bepaalde menselijke cultuur; er bestaat niet zoiets als een universele, ahistorische uiting van het christelijk geloof. Maar we willen nooit zozeer worden beïnvloed door onze cultuur dat we compromissen sluiten over de waarheden van het evangelie. Hoe bewaren we het juiste evenwicht?
    2. Het antwoord is dat we het evangelie niet in abstracte zin, als een denkexperiment, kunnen contextualiseren. Als de kerk echt een tegencultuur wil zijn voor het tijdelijk en eeuwig welzijn van mensen, zal zij zich hoeden voor zowel het wetticisme dat met een overmatig terugtrekken uit de cultuur gepaard kan gaan, als voor het compromis dat voortkomt uit overmatige aanpassing aan de cultuur. Als we dienstbaarheid zoeken in plaats van macht, kunnen we een belangrijke culturele invloed uitoefenen. Maar als we directe macht en sociale controle nastreven, zullen we ironisch genoeg juist zelf deel worden van die afgodendienst aan rijkdom, status en macht die we willen veranderen.
    3. Het evangelie zelf bevat de sleutel tot de juiste mate van contextualisatie. Als we ons overmatig aanpassen, suggereert dit dat we te veel uit zijn op de goedkeuring van de ontvangende cultuur. Dat verraadt een gebrek aan vertrouwen in het evangelie. Als we te weinig contextualiseren, suggereert dit dat we te veel gehecht zijn aan de uiterlijke vormen van onze eigen subcultuur. Dit verraadt een gebrek aan evangelische bescheidenheid en een gebrek aan liefde voor onze naaste.

IV. Op welke manieren is het evangelie uniek?

Het evangelie vervult christenen op een unieke wijze met bescheidenheid en hoop, zachtmoedigheid en onverschrokkenheid. Het Bijbels evangelie verschilt aanmerkelijk van zowel de traditionele religies als van het secularisme. Religies werken op basis van het principe: “Ik gehoorzaam, daarom ben ik aanvaard,” maar het principe van het evangelie is: “Ik ben aanvaard door Christus, daarom gehoorzaam ik.” Het evangelie verschilt dus van zowel religieloosheid als van religie. Je kan proberen je eigen ‘heer en redder’ te zijn door het breken van de wet van God, maar je kunt hetzelfde ook doen door het onderhouden van de wet met als doel je behoud te verdienen.

Religieloosheid en secularisme neigen naar het overdreven en kritiekloos opkloppen van zelfwaardering; religiositeit en moralisme vermalen mensen onder de schuld van ethische standaarden waaraan je je onmogelijk kunt houden. Het evangelie daarentegen vernedert én bevestigt ons tegelijkertijd, omdat in Christus ieder van ons rechtvaardig is en tegelijk nog steeds een zondaar. We zijn tegelijkertijd meer verdorven en zondig dan we ooit durfden geloven, en toch zijn we meer geliefd en aanvaard dan we ooit durfden hopen.

Secularisme is geneigd om mensen meer zelfzuchtig en individualistisch te maken. Religiositeit en moraliteit hebben in het algemeen de neiging van mensen een kliek te maken met een hoge eigendunk ten opzichte van andere groepen (omdat ze hun redding, zo denken zij, verdiend hebben door hun eigen prestaties). Maar het evangelie van genade met als kernpunt een Man die voor ons stierf terwijl wij zijn vijanden waren, neemt eigengerechtigheid en zelfzucht weg en richt zijn volgelingen op het dienen van anderen zowel voor het tijdelijk welzijn van alle mensen, en vooral de armen, alsook voor hun [eeuwige/geestelijke] redding. Het evangelie zet ons in beweging om anderen te dienen ongeacht hun verdiensten, precies zoals Christus ons diende (Mark. 10:45).

Secularisme en religie houden mensen aan gedragsnormen door middel van angst (voor de gevolgen) of trots (een verlangen naar zelfverheerlijking). Het evangelie motiveert mensen tot levensheiliging en dienstbaarheid vanuit de dankbare vreugde vanwege de genade en uit liefde voor de eer van God, om wie Hij in zichzelf is.

V. Wat is een evangeliecentrische bediening?

Een dergelijke bediening wordt gekarakteriseerd door:

  1. Bezielde gezamenlijke eredienst
    Het evangelie verandert onze verhouding tot God van een relatie van vijandigheid of slaafse onderworpenheid tot een relatie van vertrouwelijkheid en vreugde. Het kloppend hart van een evangeliecentrische bediening, is daarom eredienst en vurig gebed. In de gezamenlijke eredienst ontvangt Gods volk een speciaal, leven veranderend uitzicht op de grootheid en schoonheid van God, om dan op gepaste wijze uitdrukking te geven aan Gods grootheid als respons. Het hart van de gezamenlijke eredienst is de bediening van het Woord. Prediking moet verklarend zijn (de tekst van de Schrift uitleggen) met Christus in het centrum (waarbij alle Bijbelse thema’s op zo’n wijze uiteengezet worden dat duidelijk is dat ze culmineren in Christus en Zijn verlossingswerk). Het uiteindelijke doel van de prediking is echter niet alleen het geven van onderwijs, maar de hoorders, zowel individueel als gezamenlijk, te brengen tot die aanbidding die hen innerlijk kracht geeft om de wil van God te doen.
  2. Doeltreffende evangelisatie
    Omdat het evangelie (in tegenstelling tot religieus moralisme) mensen voortbrengt die niet met minachting neerkijken op de mensen die het niet met hen eens zijn, moet een werkelijk evangeliecentrische kerk bestaan uit leden die op een innemende wijze de hoop en aspiraties van mensen benaderen met Christus en Zijn verlossingswerk. Ons staat een kerk voor ogen die zowel rijk als arm, hoog opgeleid en laag opgeleid, man en vrouw, oud en jong, getrouwd en single, en van allerlei ras tot bekering ziet komen. We hopen zowel volledig geseculariseerde en postmoderne mensen te trekken alsook religieuze en traditionele mensen te bereiken. Door de aantrekkelijkheid van de gemeenschap en de bescheidenheid van de mensen, zou een evangeliecentrische kerk in haar midden mensen moeten aantreffen die het christelijk geloof verkennen en proberen te begrijpen. De kerk moet hen op talloze manieren verwelkomen. Deze kerken zullen weinig doen om hen te ‘gerieven’, maar er alles aan doen om hun boodschap begrijpelijk te maken. Bovendien zal een evangeliecentrische kerk een natuurlijke neiging tot kerkplanting vertonen als een van de meest effectieve middelen tot evangelisatie die er is.
  3. Een gemeenschap die een tegencultuur is
    Omdat het evangelie zowel angst als trots wegneemt, moeten mensen die buiten de kerk nooit met elkaar overweg zouden kunnen, het in de kerk met elkaar kunnen vinden. Omdat het evangelie ons naar een Man verwijst die stierf voor zijn vijanden, brengt het relaties tot stand die gebaseerd zijn op dienstbaarheid in plaats van op zelfzucht. Omdat het evangelie ons oproept tot een heilig leven, leeft Gods volk in liefdevolle relaties van onderlinge verantwoordelijkheid en tucht. Het evangelie genereert zo een menselijke samenleving die radicaal verschilt van welke andere samenleving eromheen ook. Wat betreft seksualiteit moet de kerk zowel de verafgoding van seksualiteit in de seculiere maatschappij alsook de vrees ervoor in de traditionele maatschappij vermijden. De kerk is een gemeenschap die haar leden zo liefheeft en zo praktisch voor hen zorgt dat Bijbelse reinheid heel zinvol is. Zij leert haar leden zich met hun hele lichamelijke bestaan te conformeren aan de bedoeling van het evangelie – onthouding buiten het heteroseksuele huwelijk, en trouw en vreugde daarbinnen. Wat betreft het gezin moet de kerk het goede bevestigen van het huwelijk tussen een man en een vrouw, waarbij zij worden opgeroepen God te dienen door Zijn verbondsliefde te weerspiegelen in levenslange trouw en door Zijn wegen aan hun kinderen te onderwijzen. Maar de kerk bevestigt ook het goede van het dienen van Christus als single, hetzij voor een bepaalde periode of levenslang. De kerk moet alle mensen die lijden onder de gebrokenheid van de menselijke seksualiteit door de zondeval omringen als een meelevende samenleving en familie. Wat betreft geld wordt van kerkleden verwacht dat ze bereid zijn radicaal met elkaar te delen van hun bezit – zodat er niemand onder hen is die gebrek leidt (Hand. 4:34). Een dergelijk delen met elkaar stimuleert ook een radicale en gulle inzet van tijd, geld, relaties en woonruimte ten behoeve van sociale gerechtigheid en de noden van armen, vervolgden, immigranten en de economisch en fysiek zwakken. Op het gebied van macht is de kerk zichtbaar toegewijd aan het delen van macht en het bouwen van relaties tussen rassen, klassen en geslachten die buiten het lichaam van Christus van elkaar vervreemd zijn. Het praktisch bewijs hiervan is dat onze lokale kerken in toenemende mate mensen van alle rassen en culturen verwelkomen en van harte omarmen. Iedere kerk zou erop gericht moeten zijn de diversiteit van haar lokale geografische gemeenschap te weerspiegelen, zowel in de gemeente als geheel als in degenen die in de gemeente de leiding hebben.
  4. De integratie van geloof en werk
    Het goede nieuws van de Bijbel bestaat niet alleen uit individuele vergeving, maar ook in het herstel van de hele schepping. God had de mensheid in de tuin van Eden geplaatst om de materiële wereld te ontwikkelen zowel tot Zijn eer alsook voor de volledige ontplooiing van de natuur en de menselijke samenleving. De Geest van God bekeert niet alleen individuen (bijv. Joh. 16:8), maar vernieuwt en ontwikkelt ook het aanzien van de aarde (bijv. Gen. 1:2; Ps. 104:30). Christenen verheerlijken God daarom niet alleen door de bediening van het Woord, maar ook door hun beroep in landbouw, kunst, zakenleven, bestuur en wetenschap, alles tot Gods eer en de bevordering van het maatschappelijk welzijn. Teveel christenen hebben geleerd om hun geloof en opvattingen af te sluiten van de manier waarop zij werkzaam zijn in hun beroep. Het evangelie wordt dan gezien als een middel tot het vinden van persoonlijke vrede en niet als het fundament van een wereldbeschouwing: een allesomvattende interpretatie van de werkelijkheid die invloed heeft op alles wat we doen. Maar ons staat een kerk voor ogen die haar leden toerust om de implicaties van het evangelie te doordenken voor de manier waarop we ons werk doen als timmerman, loodgieter, administrateur, verpleger, kunstenaar, zakenman/vrouw, bestuurder, journalist, entertainer of wetenschapper. Een dergelijke kerk zal christenen niet alleen steunen in hun culturele betrokkenheid, maar zal hen ook helpen om in de uitoefening van hun beroep of vak zich te onderscheiden, uit te munten en verantwoordelijkheid te tonen. Het ontwikkelen van een menselijke en toch uitstekende en creatieve zakelijke omgeving vanuit ons verstaan van het evangelie is onderdeel van de taak om een bepaalde mate van herstel van Gods schepping te brengen in de kracht van de Geest. Het tot uitdrukking brengen van christelijke vreugde, hoop en waarheid in de kunst is ook een onderdeel van deze opdracht. We doen dit alles omdat het evangelie van God ons daartoe aanzet, ook al erkennen we dat het uiteindelijke herstel van alle dingen wacht op de persoonlijke en lichamelijke terugkomst van onze Here Jezus Christus (zie geloofsbelijdenis artikel 13).
  5. Het doen van gerechtigheid en barmhartigheid
    God schiep zowel ziel als lichaam en de opstanding van Jezus laat zien dat Hij zowel het geestelijke als het materiële zal verlossen. Daarom bekommert God zich niet alleen om het redden van zielen maar ook om het verlichten van armoede, honger en onrecht. Het evangelie opent onze ogen voor het feit dat al onze rijkdom (zelfs de rijkdom waarvoor we hard hebben gewerkt) uiteindelijk een onverdiend geschenk van God is. De persoon die zijn of haar rijkdom niet royaal weggeeft aan anderen schiet daarom niet alleen tekort in compassie, maar is onrechtvaardig. Christus verwerft ons behoud door te verliezen, verkrijgt kracht door zwakheid en dienstbaarheid, en komt tot welvaart door alles weg te geven. Degenen die Zijn redding ontvangen zijn niet de sterken, niet degenen die het gemaakt hebben, maar diegenen die erkennen dat ze zwak en verloren zijn. We kunnen niet naar de armen en verdrukten kijken en hen gevoelloos toeroepen om zichzelf maar uit hun eigen moeilijkheden te redden. Jezus heeft ons zo ook niet behandeld. Het evangelie vervangt superioriteitsgevoelens jegens de armen door barmhartigheid en compassie. Christelijke kerken moeten werken aan gerechtigheid en vrede in hun buurt door te dienen, net zoals zij individuen oproepen tot bekering en wedergeboorte. Wij moeten werken ten behoeve van het eeuwige en het algemene welzijn en onze naasten laten zien dat we hen liefhebben met zelfopoffering, of zij nu geloven zoals wij, of niet. Onverschilligheid ten opzichte van de armen en benadeelden betekent dat er geen werkelijk begrip is dat ons behoud volkomen genade is.

Conclusie

De bediening zoals we die hebben geschetst is vrij zeldzaam. Er zijn veel op zoekers gerichte kerken die veel mensen helpen om Christus te vinden. Er zijn veel kerken die op de cultuur betrokken proberen te zijn door middel van politiek activisme. Er is een snelgroeiende charismatische beweging met nadruk op glorieuze, gepassioneerde gezamenlijke aanbidding. Er zijn veel gemeenten die zich sterk richten op leerstellige degelijkheid en zuiverheid en heel erg hun best doen om afgescheiden te blijven van deze wereld. Er zijn veel kerken met een radicale betrokkenheid op de armen en mensen aan de rand van de samenleving.

We zien echter niet voldoende individuele kerken die de volledige, samenhangende balans van het evangelie belichamen zoals we die hier hebben uiteengezet. En hoewel er door Gods genade een bemoedigend aantal lichtpunten zijn in de kerk, zien we nog geen brede beweging van deze evangeliecentrische bediening. We geloven dat een dergelijke balans zal resulteren in kerken met aantrekkelijke en theologisch inhoudsvolle prediking, en zal leiden tot krachtige evangelisatie en verdediging van het geloof, tot groei van kerken en stichting van nieuwe gemeenten. Zij zullen de nadruk leggen op bekering, persoonlijke vernieuwing en levensheiliging. Tegelijkertijd en in dezelfde gemeenten zal er een betrokkenheid zijn op de sociale situatie van gewone mensen en maatschappelijke en culturele betrokkenheid bij kunst, zakenleven, wetenschap en bestuur. Er zal een oproep zijn tot radicale christelijke gemeenschap waarin alle leden rijkdom en beschikbare middelen delen en ruimte maken voor de armen en de mensen aan de rand van de samenleving. Deze prioriteiten zullen allen gecombineerd worden en elkaar onderling versterken in iedere lokale kerk.

Wat kan tot een groeiende beweging leiden van evangeliecentrische kerken? Het uiteindelijke antwoord is dat God, tot Zijn eigen eer, een geestelijke opwekking moet geven als antwoord op het vurige, speciale en aanhoudende gebed hierom van Zijn volk. Maar we geloven dat er nog stappen gezet moeten worden die daaraan voorafgaan. Er is geweldige hoop als we het eens kunnen worden over het karakter van de waarheid, over hoe we de Bijbel het beste kunnen lezen, over onze verhouding tot de cultuur, over de inhoud van het evangelie, en over de aard van een evangeliecentrische bediening. We geloven dat een dergelijke sterke binding aan deze opvattingen ons opnieuw tot de Schrift zal drijven, tot de Christus van de Schriften, tot het evangelie van Christus. We zullen dan ook beginnen te groeien in ons vermogen om als kerken door Gods genade te handelen “overeenkomstig de waarheid van het evangelie” (Gal. 2:14). We schamen ons voor onze zonden en ons falen, we zijn bovenmate dankbaar voor vergeving, en verlangen er van harte naar opnieuw de heerlijkheid van God te zien en de gelijkenis van Zijn Zoon te belichamen.


ANDERE TALEN