Het evangelie delen zonder mensenvrees

Op een zwoele zomeravond in 2005 liepen mijn vrouw en ik, samen met onze twee kleine dochtertjes, door de binnenstad van Malakka in Maleisië. Dat is een streng islamitisch land in Zuidoost-Azië. We waren een paar jaar eerder tot geloof gekomen en onderzochten of zending over de grens iets voor ons zou zijn. Via een rondreis door Maleisië hadden we ontmoetingen gepland staan met Canadezen en Amerikanen. Maar op die avond ontmoetten we onverwachts de ouders van een Nederlands zendelingenechtpaar dat we ook zouden bezoeken. We raakten met elkaar aan de praat. Zij waren op vakantie zodat ze hun geëmigreerde kinderen en kleinkinderen weer eens konden zien. Wij vertelden ook wat ons reisdoel was. Maar het christelijke geloof van hun eigen kinderen was absoluut niet aan hen besteed. De vader zei tegen ons:

“Ik vind het een mooi avontuur dat mijn kinderen zijn aangegaan door hier een toeristisch bedrijfje op te zetten. Alleen dat evangeliseren vind ik helemaal niks. Waarom je geloof opdringen aan anderen? Respecteer gewoon dat de mensen hier anders in het leven staan”.

Ik vond zijn woorden verrassend en openhartig. Is het niet ongepast of arrogant om het evangelie te willen delen met anderen? Hoe ziet dat er eigenlijk uit, evangelisatie? En hoe kun je zonder vrees voor je reputatie het evangelie delen?

 

Deze vragen wil ik verkennen door te kijken naar een verhoor van Paulus, in een goed gevulde rechtszaal in Caesarea (Handelingen 26:24-32). Deze plaats aan de kust van Israël vormde ook het decor toen Paulus werd verhoord door gouverneur Felix in Handelingen 24. We zijn inmiddels twee jaar verder. Paulus zit nog steeds in de gevangenis en moet opnieuw voorkomen voor een verhoor. De nieuwe gouverneur is Festus en hij heeft visite van koning Agrippa II en z’n zus Bernice. Festus zit eigenlijk met Paulus in z’n maag, want die lijkt onschuldig vast te zitten. Maar een grote groep heethoofdige leiders uit Jeruzalem eist al zeker twee jaar de doodstraf tegen hem. Paulus wil naar Rome en heeft zich beroepen op de keizer. Festus hoopt dat koning Agrippa, die veel kennis heeft van de joodse godsdienst, hem kan helpen om een fatsoenlijke aanklacht op te schrijven. Alleen dan kan deze Romeinse ambtenaar met een goed geweten Paulus naar Rome laten brengen.

De rechtszaak is begonnen en Paulus mag voor zichzelf opkomen. Het is al de derde keer dat hij een toespraak geeft in een rechtbank. Hij heeft de smaak te pakken en vertelt met passie over zijn godsdienstige vorming tijdens zijn jeugd in Jeruzalem. Hij beschrijft ook de hekel die hij had aan mensen die enthousiast waren over een zekere Jezus uit Nazareth. Iemand die dood was, maar volgens sommigen weer leefde. Paulus vertelt over zijn bekering op weg naar Damascus. In een vlammend betoog vertelt hij aan koning Agrippa, Bernice, Festus en alle andere aanwezigen, hoe die gebeurtenis zijn kijk op het leven 180 graden heeft veranderd. Hij kan sindsdien niet anders dan spreken over deze gekruisigde Messias. Alleen door je vertrouwen in deze Jezus te stellen, alléén dán, zal een mens gelukkig zijn en deel krijgen aan Gods koninkrijk dat komende is. Dat geldt voor joden, voor mensen uit andere culturen, dat geldt voor iedereen!

Is het niet ongepast of arrogant om het evangelie te willen delen met anderen? Paulus wordt voor gek uitgemaakt als hij het evangelie deelt. ‘U slaat wartaal uit!’. U bent loco. Waanzinnig. Wat denkt hij wel?! Kan ons diepste levensgeluk in de handen liggen van Iemand die als misdadiger aan een kruis geslagen is? En deze Jezus is voorgoed opgewekt uit zijn eigen graf? Kom op man, are you serious?! Twee jaar quarantaine met alleen een Bijbel op je schoot heeft je waanzinnig gemaakt! Die ervaringen die je zegt te hebben, de claims die jij doet over Jezus, die zijn echt arrogant.

Die ervaringen die je zegt te hebben, de claims die jij doet over Jezus, die zijn echt arrogant.

Ik begrijp de reactie van Festus wel. Het is vergelijkbaar met de reactie van die vader in Malakka. Laat mensen toch met rust en respecteer dat iedereen zijn eigen overtuigingen heeft. Maar is het ongepast van Paulus, van ons, als wij het evangelie van Jezus willen delen met anderen? Als je aan anderen vertelt wat Jezus in jouw eigen leven heeft uitgewerkt?

Zeker niet! Waarom niet? Sta er maar eens bij stil hoeveel mensen en bedrijven zending bedrijven. Elke dag willen mensen een boodschap aan ons kwijt waar men in gelooft of enthousiast over is. ‘Deze serie moet je echt zien. Luister naar deze playlist. Probeer deze opvoedingsmethode. Of in vijf stappen naar meer levensgeluk. Of minder kilo’s. Of beide. Wil je weten waarom ik vega ben of zweer bij quinoa? Boek hier de beste vakantie in eigen land. Stem op mij. Like mijn pagina. Kijk mijn foto, check mijn Snap.’ Iedereen is een zendeling! Wist je dat nog niet? Iedereen zendt boodschappen uit waaronder overtuigingen zitten. Zou het dus ongepast of arrogant zijn om anderen te vertellen over een zekere Jezus?

Iedereen is een zendeling! Iedereen zendt boodschappen uit waaronder overtuigingen zitten.

Hoe ziet dat er eigenlijk uit, evangelisatie? Wanneer ben je aan het evangeliseren? Wat is het niet? Evangelisatie heeft in ieder geval weinig tot niks te maken met het willen beïnvloeden van het gedrag of de cultuur van andere mensen. Twee voorbeelden van wat ik daarmee bedoel: Als je met je kinderen in de puberteit praat over seksualiteit en je eigen opvattingen daarover, ook al zijn die in jouw ogen nog zo christelijk, dan ben je niet bezig met evangelisatie. Een ander voorbeeld: Op de vakantiefoto in Malakka dat bij dit artikel is geplaatst, kan je het oudste gebouw zien in Azië dat door Nederlanders is gebouwd. Boven de ingang van het roodoranje gebouw staat nog steeds met grote letters ‘Stadthuys’ te lezen. Veel straatnamen herinneren aan de tijd dat de V.O.C. het daar voor het zeggen had. Ook deze vorm van ‘imperialisme’ – het opdringen van onze eigen cultuur onder het mom van evangelisatie – moeten we niet met evangelisatie verwarren.

Evangelisatie heeft in ieder geval weinig tot niks te maken met het willen beïnvloeden van het gedrag of de cultuur van andere mensen.

Wanneer evangeliseer je dan wel? Laten we hiervoor kijken naar de toespraak van Paulus in Handelingen 26. Hij doet daar in elk geval twee dingen. Ten eerste vertelt hij aan zijn publiek wat God in de Persoon van Jezus heeft gedaan. Vooral door stil te staan bij het kruis en het lege graf. Gebeurtenissen die daadwerkelijk in de geschiedenis hebben plaatsgevonden. Als Paulus wordt bespot dan antwoordt hij heel koelbloedig: ‘…wat ik zeg is waar en getuigt van gezond verstand’. Christendom is geen filosofie, geen aantrekkelijke fantasie. Een of ander idee. Of een verzameling van bepaalde gevoelens. Het zijn historische gebeurtenissen die zijn na te trekken. Luister naar Paulus: ‘Bovendien weet de koning waarover het gaat, en daarom kan ik vrijuit tegen hem spreken. Ik denk niet dat iets hiervan hem is ontgaan, het heeft zich immers niet in een uithoek afgespeeld’.

Christenen die wél begrepen hebben wat het verschil is tussen imperialisme en evangelisatie, en gekozen hebben voor het laatste, hebben een bijdrage geleverd aan de verspreiding van het goede nieuws over Jezus over de héle wereld. Want in tegenstelling tot alle andere godsdiensten is het christelijk geloof niet aan een regio of land gebonden. De boodschap van Jezus heeft op alle vijf de continenten impact en volgelingen gemaakt. Het evangelie is een kracht die de harten van mensen uit allerlei culturen weet te veranderen, zonder (!) dat alles van de eigen kleurrijke cultuur moet worden losgelaten. Geweldig!

Dat brengt mij bij het tweede punt. Want Paulus laat zien dat het evangelie een persoonlijke zaak is. De gebeurtenissen rondom Jezus doen een appel op het hart van iedereen die ervan hoort. Paulus vertelt eerlijk wat er in zijn eigen leven is veranderd door het evangelie. Kan jij het woorden geven wat God in jouw leven heeft gedaan? Kan jij benoemen waarin je overtuigingen misschien zijn veranderd door de verhalen over Jezus? Het kan aanstekelijk zijn om dat met anderen te delen. Probeer maar eens met je Kleine Groep. Toen we logeerden bij Canadese zendelingen van 70+ zaten we op een avond aan tafel en zeiden ze vrij onverwachts en haast in koor: ‘Well Jerry, share with us your testimony. How has the Lord worked in your life?’. Het werd laat die avond en iedereen deelde zijn eigen verhaal. Inspirerend om te horen hoe het evangelie van Jezus bij iedereen op een verschillende manier impact heeft.

‘Well Jerry, share with us your testimony. How has the Lord worked in your life?’. Het werd laat die avond en iedereen deelde zijn eigen verhaal.

Wanneer je anderen iets vertelt over Jezus, wanneer je persoonlijk bent geweest over jezelf, dan mag je ook best doorvragen wat de ander daarvan vindt. Of vraag wat hun eigen overtuigingen zijn. Wees niet bang om je collega, je kind of je buren te bevragen. Het kan zomaar verassende gesprekken opleveren. Paulus daagt zijn publiek ook uit in die rechtszaal. Wat vinden ze van wat hij gezegd heeft? Hij probeert Agrippa zelfs een beetje uit de tent te lokken. ‘Koning Agrippa, hecht u geloof aan de woorden van de profeten? Ik ben ervan overtuigd dat u dat doet.

Agrippa lijkt zich wat ongemakkelijk te voelen en geeft geen duidelijk antwoord op de vraag. Een echte politicus. Want als hij zou zeggen dat hij gelooft in de verhalen uit de bijbel, wordt hij misschien belachelijk gemaakt door zijn Romeinse vrienden. Maar wanneer hij dat zou ontkennen, dan zou zijn reputatie bij de joden verloren gaan. Hoe lastig is dat voor een staatshoofd? Alles kan tegen je worden gebruikt. Onze minister-president bracht onlangs een bezoek aan de vuilstort, toen een medewerker hem toeriep om vooral geen geld te geven aan de Spanjaarden en Italianen. De camera draaide. Een ongemakkelijk moment met een duim en een glimlach. Natuurlijk uit z’n verband gerukt in de Zuid-Europese media, maar slecht voor de reputatie van onze minister-president en ons land. De persoonlijke vraag van Paulus wordt door Agrippa net iets subtieler weggelachen dan Rutte deed als hij zegt: ‘Dadelijk krijgt u me nog zover dat ik me voor christen uitgeef’.

Weet je, hoe mensen uiteindelijk ook reageren op de boodschap van het evangelie, of ze dat op afstand houden of niet, of er lacherig over gedaan wordt of niet, uiteindelijk is het voor de zendeling een kwestie van loslaten. Overlaten aan God, zoals Paulus dat ook doet. Breng de mensen in je gebed bij de Heer. Een christen is geroepen door Christus om zijn evangelie te delen met de mensen die Hij op je weg brengt. Niet om het geforceerd bij hen op te dringen of het zelfs door de strot te duwen. En wees daarin niet bang voor je eigen reputatie.

Hoe mensen reageren op de boodschap van het evangelie is voor de zendeling uiteindelijk een kwestie van loslaten.

Dat brengt me bij me laatste vraag en slotgedachte: Hoe kan je zonder vrees voor je reputatie het evangelie delen? Als jij jezelf een christen noemt, spreek je dan makkelijk en vrijuit over Jezus? Ben je er wel eens bang voor wat anderen daarvan vinden? Hoe ze reageren als je iets deelt van je overtuigingen? Zou je wel eens wat meer lef of ontspanning willen ervaren als Jezus ter sprake komt? Paulus heeft geen enkele schaamte om zichzelf een christen te noemen. ‘Of het nu dadelijk is of niet, ik zou tot God willen bidden dat niet alleen u, maar allen die nu naar me luisteren net zo worden als ik, afgezien dan van deze boeien’.

Zou je wel eens wat meer lef of ontspanning willen ervaren als Jezus ter sprake komt?

Paulus’ lot leek in de handen te liggen van Festus en Agrippa. Daarbij kwam nog de dreiging van de heethoofdige leiders uit Jeruzalem. Het weerhield Paulus er niet van om te vertellen over Jezus en de impact op zijn leven. Zonder angst voor zijn reputatie. Hoe is dat mogelijk? Het geheim hiervan vinden we in Handelingen 26:22, waar Paulus zegt: ‘Omdat God mij echter tot op de dag van vandaag bijstaat, blijf ik mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekendmaken…’. Paulus wist met zijn verstand en voelde vanuit zijn ervaringen dat God hem nabij was in alles. Ook daar in die rechtbank in Caesarea.

Wie zichzelf steeds meer door God geliefd en gekend weet, is steeds minder bezig met zijn of haar reputatie bij de mensen.

Weet je, de persoon die zichzelf steeds meer door God geliefd en gekend weet, die is steeds minder bezig met zijn of haar reputatie bij de mensen. Daarin ligt een enorme bemoediging voor de christen, voor jou en voor mij. Jezus zelf laat dit zien met een masterclass wanneer Hij een evangeliserende toespraak geeft in Johannes 6. Duizenden mensen lopen achter Hem aan en hebben een luisterend oor. Maar de woorden van Jezus zijn hard en vragen om een persoonlijke reactie. Veel mensen haken af en lopen weg. Ook veel leerlingen druipen af. Dan vraagt Jezus aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan?’.

Willen jullie soms ook weggaan? Geen enkele dwang of geforceerde houding van Jezus. Hoe mensen reageren op zijn woorden is hun eigen keuze. Hoe is dat mogelijk? Net als Paulus is Jezus daar open over in zijn toespraak. Hij was ervan overtuigd dat Hij was ‘gezonden door de levende Vader’ en dat Hij ‘leefde door de Vader’. Op een volmaakte manier wist Jezus zich geliefd en gekend door zijn Vader. Daarom speelde zijn reputatie bij de mensen geen enkele rol en kon Hij altijd vrijuit spreken.

Deze Jezus heeft meegemaakt wat wij meemaken. Hij weet wat het is om een mens te zijn met een missie.

Deze Jezus kan zich identificeren met iedere volgeling die zich inzet voor het delen van zijn boodschap. Hij heeft meegemaakt wat wij meemaken. Hij weet wat het is om een mens te zijn met een missie. Hij weet uit eigen ervaring hoe het is als familieleden lacherig of onverschillig doen over je geloof. Wanneer de samenleving je overtuigingen kleineert. Hij heeft ook in de rechtbank gestaan. Tegenover een koning en een twijfelende gouverneur. Hij kent het geschreeuw van heethoofden die zijn leven bedreigden. Hij gaf zelfs zijn leven aan hen over tot in de dood, om de wereldwijde missie van zijn Vader in een gigantische stroomversnelling te brengen. Iedere christen wordt sindsdien ingeschakeld om deze missie tot de voltooiing te brengen.

Net als Paulus mag je erop vertrouwen dat deze Jezus, door zijn Geest, nabij is. Tot op de dag van vandaag. Iedere moment, wanneer jij iets mag delen van Jezus, met iemand die op je pad komt. Persoonlijk én zonder vrees voor mensen.

 

Deel
Laad meer
Laden