Waarom ik niet met Richard Rohr mee stroom

Lightstock

Pater Richard Rohr gelooft in ‘de stroom’. Soms is het ‘de Stroom’ met hoofdletter ‘S’, soms ‘de Goddelijke Stroom’. Soms omschreven als “de stroom die, zonder uitzondering, sinds het begin, door alles heen stroomt”. Maar aangezien het woord ‘stroom’ 150 keer in zijn boek ‘De goddelijke dans: een prachtige choreografie voor een gloedvol leven’[i] voorkomt, is het steeds weer ‘de stroom’ dat Rohr promoot, prijst en predikt.

‘De stroom’ is een onbaatzuchtige uitwisseling van liefde en leven. Als je Rohr de vraag zou stellen of ‘de stroom’ in de eerste plaats over God, de wereld of een mens gaat, zou hij die zonder enige twijfel met geestdriftig ‘Ja!’ beantwoorden, en zijn glinsterende franciscaner oogjes zouden er franciscaans bij twinkelen. ‘De stroom’ spoelt het verschil tussen de Schepper en het schepsel weg. Het stroomt uit God, wanneer Hij Zichzelf uitgiet; het omspoelt de schepselen en verbindt hen met elkaar en met het Absolute; het stroomt naar God terug en verrijkt en verrukt die Heilige Bron die niets liever ziet dan dat vergankelijke zielen hun eigen ware, goddelijke zelf ontdekken. ‘De stroom’ lijkt op een zelfstandig naamwoord, maar in werkelijkheid is het een werkwoord. ‘De stroom’ maakt werkwoorden van alle zelfstandige naamwoorden, wanneer die stromen zoals hij. En iedereen stroomt, als men het maar zou beseffen: het boek is opgedragen aan “ieder nietsvermoedend mens die niet weet dat hij al met de Goddelijke Stroom mee stroomt.” ‘De stroom’ is tegelijkertijd en goddelijk en kosmisch en menselijk en altijd samen. Daar gaat het bij Rohr om.

‘Maar wat heeft dat nu met de Drie-eenheid te maken?’, zou men zich terecht af kunnen vragen.

Rohr is een zeer goed verkopende auteur die een grote populariteit in het spirituele wereldje geniet. Hij geniet het vertrouwen van Oprah Winfrey, wordt aanbevolen door Bono en heeft een spiritueel instituut in Albuquerque. Hij heeft nog veel andere boeken geschreven (behulpzaam als hij is, vermeldt hij er enkele in de voetnoten van ‘De goddelijke dans’); ik moet eerlijk toegeven dat ik er nog niet eentje van heb gelezen. Ik heb ‘De goddelijke dans’ ter hand genomen, omdat er wordt vermeld dat dit boek over de Drie-eenheid gaat en ook omdat het in de komende maanden wel eens invloedrijk zou kunnen gaan worden. Het boek wordt aanbevolen door Shane Claiborne, Jim Wallis, Nadia Bolz-Weber en Rob Bell. Al weken voor ‘De goddelijke dans’ uitkwam, was het al het best verkopende boek over de Drie-eenheid, zelfs (op Amazon) het best verkochte, meest recent verschenen, theologische werk. Punt.

Met andere woorden: pater Richard Rohr heeft het helemaal gemaakt. Hij heeft een heel eigen stijl, een groep trouwe fans en een bepaald aantal mensen dat verwacht dat hij over elk onderwerp kan schrijven. In ‘De goddelijke dans’ schrijft hij dus over de Drie-eenheid.

Dus niet. Dit boek, ‘De goddelijke dans’, gaat niet over de Drie-eenheid.

Het gaat over ‘de stroom’ (zie de eerste alinea). Rohr doceert in dit boek over het ‘Goddelijk Stromen’ en hij brengt zijn boodschap voor het voetlicht door hapsnap gebruik te maken van terminologie uit christelijke theologie. Als dit u kwaadaardig ondermijnend in de oren klinkt: dit heeft een reden.

Het boek ís kwaadaardig ondermijnend. In ‘De goddelijke dans’ eigent Rohr zich op een agressieve, oneigenlijke manier terminologie met betrekking tot de Triniteit toe om zodoende zijn eigen eclectische, spirituele onderwijs aan te bevelen.

Rohr eigent zich op een agressieve, oneigenlijke manier terminologie met betrekking tot de Triniteit toe om zodoende zijn eigen eclectische, spirituele onderwijs aan te bevelen.

Wat er ook maar in God omgaat

Wanneer ik stel dat het boek van Rohr niet over de Drie-eenheid gaat, is het niet mijn bedoeling een geheim te onthullen. Ik stel niet dat hij een boek over de Drie-eenheid heeft willen schrijven en daarin niet geslaagd is. Ik geef zo direct mogelijk weer waarmee hij zegt in ‘De goddelijke dans’ bezig te zijn. Wanneer hij over Drie-eenheid (meestal zonder het bepaalde lidwoord ‘de’) schrijft, leidt hij consequent onze aandacht van de gebruikelijke aannames en indelingen van het christelijke dogma af, en neemt ons mee naar een dynamische beweging. ‘Wat er ook maar in God omgaat is “de stroom”’, zegt hij, en hij breidt de idee met deze woorden verder uit: ‘een radicaal verbonden zijn, een perfecte gemeenschap tussen Drie – een rondedans van liefde.’ Maar zelfs een dans is nog te concreet, omdat dat veronderstelt dat er iemand of meerderen aan het dansen zijn. Dus verandert hij zijn stelling in:

God is niet slechts een danser; God is de dans zelf. Houd dit vast. Dit is niet een of andere nieuwe, trendy theologie uit Amerika. Traditioneler bestaat niet.

Als bewijs dat zijn onderwijs uitermate traditioneel is, beweert Rohr dat “de vroege Kerkvaders [de Drie-eenheid] een goddelijke rondedans durfden te noemen”, waarbij ze het Griekse woord “perichoresis” gebruikten “waarvan ons woord choreografie is afgeleid.”

In dit citaat zitten twee of drie feitelijke fouten, maar laten we daar hier nu niet in op in gaan.[ii]  Voor Rohr en zijn lezers is niet de belangrijke vraag of hij verantwoord spreekt wanneer hij historische aanspraken doet (die ik met ‘nee’ zou beantwoorden), of zelfs maar of hij gelijk heeft dat deze leerstelling eerder ouder- dan nieuwerwets is (ook ‘nee’). Het draait erom dat hij zich in een zodanige positie manoeuvreert, dat hij de metafysica van ‘de stroom’ onder de noemer van het doceren van een christelijk dogma kan onderwijzen.

Deze drie verspreiden ‘de stroom’

Als sommige zinnen van Rohr uit hun context zouden worden gehaald, zouden het dichterlijke verfraaiingen van het christelijk dogma kunnen zijn. Hij zegt ergens: “Het moge duidelijk zijn dat onze drie-enige God een uitbundigheid van expressiviteit is, Die elk mogelijk denkbaar etiketje inhoudt en overschrijdt.” Ergens anders zegt hij: “Dit trinitarisch stromen is als het aanrollen op en zich terugtrekken van de getijden op de kust.” Zou dit wellicht een beeldende manier om God te omschrijven kunnen zijn, of misschien zelfs wel van Gods omgaan met deze wereld? Zonder context zou dat kunnen: loftuitingen kunnen allerlei bloemrijke taal in ons naar boven halen. Maar met de daaropvolgende zin is het spelletje uit: “Heel de reële werkelijkheid kan vervolgens worden voorgesteld als een Oneindig Uitstromen die kracht geeft aan de Eeuwige Omhelzing en haar ook opwekt.”

Op deze plaats gebruikt hij ‘Drie-eenheidstaal’ om de aandacht af te leiden van God naar een grotere realiteit die zowel God als de wereld omvat; hier komt Rohr wat zijn onderwerp betreft op stoom:

Het allerbelangrijkst is dat de Drie zijn gevormd door en geïdentificeerd kunnen worden als het uitgietende en het onbegrensde stromen zelf. ‘De stroom’ vormt en beschermt de Drie en de Drie verspreiden ‘de stroom’. Dat is toch precies de dynamiek die een gezonde samenleving nodig heeft?

Wat is groter dan de Drie-eenheid? Wat is oorspronkelijker, meer allesomvattend, fundamenteler; Die op goedheid is gegrondvest en bruist van leven? Welke grotere realiteit geeft vorm aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maakt Hen tot Wie Ze zijn, Die Hen bewaart en Hen onverbrekelijk verenigt, niet alleen aan elkaar, maar ook aan de geschapen wereld? Binnen de christelijke leer doen dergelijke vragen ernstige desoriëntatie van de vragensteller vermoeden, en het antwoord erop is: ‘helemaal niets’. Echter in ‘De goddelijke dans’ wordt een ander antwoord gegeven. In, met en onder de drie Personen ligt een relationele matrix, waarin de drie Personen slechts knooppunten zijn waaromheen spirituele energie zich samenbalt. Richt je hierop, zegt Rohr.

Energie en de kwaliteit van de relatie

Feitelijk gaat het bij de Drie-eenheid niet om de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. ‘Ter wille van onze geest helpt het om drie Personen te onderscheiden,’ geeft Rohr toe. Maar “zelfs de drie Namen zijn voornamelijk ‘maar’ namen en duizenden prachtige Godsnamen kunnen ervoor in de plaats komen.” Wat is het allerbelangrijkst? “Het allerbelangrijkste is het verkrijgen van de energie en de kwaliteit van de relatie tussen deze Drie – dat is het wezen van het mysterie dat ons transformeert.” De Engelse ondertitel van dit boek luidt: ‘The Trinity and Your Transformation’[iii]. Het woordje ‘and’ is hier verrassend belangrijk. Er bestaat één grote, alles overstijgende werkelijkheid (‘de Dans’) die niet alleen de Drie-eenheid, maar ook uw transformatie behelst. Het is iets dat groter is dan God, omdat het zowel Hem als u omgeeft. Eigenlijk gelooft Rohr dat het de werkzame kracht is die de lezers laat ontwaken, wanneer ze de boodschap van dit boek lezen: “Of het nu bewust of onbewust is, wat u tot deze bladzijden heeft getrokken, brengt het mysterie van de stroom van de Drie-eenheid – de wildste golf die bestaat – tot steeds hogere niveaus van bewustzijn.”

Om zijn punt te onderstrepen stelt Rohr de volgende vraag: ‘Is de Drie-eenheid een jongen of een meisje?’ Uit de toon van deze vraag is op te maken dat dit natuurlijk een grapje is: het plagerige gevoel voor humor die de spanning doorbreekt, is een van de plezierigste kenmerken van zijn schrijfstijl. Hij gaat echter serieus verder, wanneer hij zich afvraagt “waarom onze taal over God zo bol staat van de mannelijkheid.” Volgens Rohr moeten christenen leren leven met het feit dat we het dankzij de patriarchale cultuur van de Oudheid in de Bijbel met mannelijke namen voor God moeten doen. Dat we hieraan vrouwelijke namen moeten toevoegen is voor Rohr zo klaar als een klontje. Toch geeft Drie-eenheid hem wat hij nodig heeft om een grotere stap te zetten:

Maar weet u wat ik geloof? Ik denk dat de ruimtes tussen de leden van de Drie-eenheid onmiskenbaar vrouwelijk zijn. De vormen of manifestaties komen op mij als de masculiene dimensie over, terwijl de diffuse, intuïtieve, mysterieuze en heerlijke, onbewuste tussenruimte vrouwelijk is. En juist daar bevindt zich de essentiële kracht –  de ruimte tussen de Personen meer dan elke Persoon afzonderlijk.

Negeer, als u daarin slaagt, de moedergodinverering; deze betreft slechts een huis-tuin-en-keukenfoutje dat iedereen opvalt. Negeert u ook, als u dat lukt, de gnostisch-Jungiaanse vooronderstellingen die nodig zijn om het “diffuse, intuïtieve, mysterieuze en heerlijke onbewuste” in het vrouwelijke archetype aan te wijzen; die waren toch alleen maar in zwang in de spiritualiteit van de hippiecultuur. Negeert u tevens, zo mogelijk, de visie op de Schrift die het lezers toestaat te oordelen over de onacceptabele en culturele achterlijkheid van de Bijbel; dat is gewoon de algemeen geaccepteerde opvatting van de hedendaagse liberale theologie. Dit zijn allemaal afleidingsmanoeuvres. Wat u in de gaten moet hebben, is dat dit boek dat zegt over de Drie-eenheid te gaan, zich er rücksichtslos op toe legt om uw aandacht van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest af te trekken.

Wat u in de gaten moet hebben, is dat dit boek dat zegt over de Drie-eenheid te gaan, zich er rücksichtslos op toe legt om uw aandacht van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest af te trekken.

Het vierde lid van de Drie-eenheid

‘De goddelijke dans’ relativeert de drie Personen van de Drie-eenheid. Zij zijn zelfs niet eens eilandjes in een bredere stroom; ze zijn meanderende patronen in een oceaan van onderlinge verbindingen en verwantschappen. Wanneer u de eenmaal deze vooronderstelling hebt geaccepteerd, nodigt Rohr uit om het volgende inzicht te ontvangen: er is in de oceaan nog ruimte voor meer meanderende patronen. ‘De stroom’ kan nog wel een vierde huisvesten. Dat moet zelfs.

Om dit punt zo saillant mogelijk te poneren neemt Rohr een onverantwoord risico. Het visuele beeld dat in dit boek domineert is de icoon van de Drie-eenheid (die op mystieke wijze gestalte krijgt in de drie mannen die Abraham bezochten in Genesis 18) van Andrei Rublev uit 1425. De schildering staat op de omslag, in kleur op beide schutbladen en ook nog ongeveer een stuk of tien keer op bladzijden binnenin. Rohr beschrijft de manier waarop het erop lijkt alsof de drie figuren, die rond een tafel zitten en de toeschouwer aankijken, van hem of haar een soort deelgenoot aan de door hun gedeelde ruimte. Dat is een juiste observatie, die het overdenken waard is en die al vaak eerder is gedaan.

Maar dit is te subtiel naar Rohrs smaak. Hij maakt een opmerkelijke sprong door te beweren dat een donkergekleurde rechthoek aan de voorzijde van de afgebeelde tafel is bedoeld om de toeschouwer er rechtstreekser bij te betrekken:

De meeste mensen kijken er gewoon overheen, maar kunsthistorici zeggen dat de overgebleven lijmresten op de oorspronkelijke icoon erop wijzen dat er wellicht eens een spiegel aan de voorzijde heeft vastgezeten!

Er is hier sprake van twee of drie feitelijke onjuistheden, waarop ik nu niet in zal gaan.[iv] Het draait er allemaal om dat het beeld van God niet compleet is, totdat de mens erin gewerkt is. Rohr wil dat we onszelf beschouwen als zijnde opgenomen in de dynamiek die boven God uitstijgt. Een van de tussenkopjes heet: ‘God (b)en jij’[v]. Rohr schrijft verwonderd:

Sommige mystici die op echte gebedsreizen waren, trokken uit deze boodschap de juiste conclusie: de schepping is derhalve ‘de vierde Persoon van de gezegende Drie-eenheid’! Nogmaals, de goddelijke dans is geen gesloten cirkel: we worden allen uitgenodigd!

Als er bij het lezen van dit alles heterodoxe alarmbelletjes in uw hoofd gaan rinkelen (en ik hoop dat dit het geval is), waarschuwt Rohr u:

Dit kan inderdaad als ketterij klinken, in het bijzonder voor een samengeknepen hart dat het alleen wil doen. Maar dit is de vierde plek die is afgebeeld en gereserveerd als een spiegel in de 15de-eeuwse icoon met de Drie-eenheid van Andrei Rublev.

Rohr doet zijn uiterste best om dit boek, dat niet over de Drie-eenheid gaat, in elk geval op dit punt wel over ‘drieheid’ te laten gaan. Wanneer Rohr over ons onderdeel zijn van de Drie-eenheid spreekt, gebruikt hij een eenvoudig soort van numerologie. Hij zegt dat zijn metafysische principe de notie is dat “het verweven zijn van de drie [altijd] een vierde op een ander niveau oplevert.” Eén is eenzaam, twee is concurrerend, maar drie is dynamisch en transcendent. Drie leidt je naar vier. Drie leidt je naar het onderdeel van God zijn.

Die zielige, verwaarloosde Drie-eenheid

Aan het begin van ‘De goddelijke dans’ klaagt Rohr erover dat het dogma van de Drie-eenheid in onbruik is geraakt in de hedendaagse kerk. Hij maakt zich sterk voor het “afstoffen van een gewaagd dogma”. Heel veel boeken over de Drie-eenheid beginnen, jammer genoeg, op deze manier en een behoorlijk aantal daarvan beloven een herstelbehandeling voor de “Triniteits Tekort Stoornis” (de mooie term die Rohr ervoor heeft bedacht) die waarschijnlijk wijdverbreid is in de kerken. Maar als je zo’n verhaal gaat vertellen, hangt er veel van de details af: Wanneer functioneerde het dogma wel? Wanneer begon het disfunctioneren? Wanneer kwam het dogma weer tot bloei? Hoewel ik eigenlijk zou willen voorstellen om op te houden te spreken over een dergelijk op en neer gaande spiraal, ben ik ten minste wel bereid een versie van het verhaal te geloven dat zegt dat christenen zo ongeveer rond 1880 tijdelijk minder ophadden met de kracht van het dogma: Het Hoog Modernisme drukte zwaar op het geloof.

Maar Rohr wil een ander verhaal vetellen. In zijn versie van Honey, I Shrunk the Trinity[vi], was het dogma behoorlijk in een sluimermodus “totdat William Paul Young in het afgelopen decennium zijn wereldwijde bestseller ‘De Uitnodiging’ schreef. Voor het eerst sinds in de vierde eeuw in Cappadocië werd de Drie-eenheid een onderwerp van discussie waarover thuis en in restaurants met tamelijk veel bezieling werd gesproken. En dat blijft doorgaan!” Dus, het gaat over de periode van 381 tot 2007 en de held is Young (die op zijn beurt in een overdreven voorwoord complimentjes aan Rohr uitdeelt). Er moet behoorlijk wat stof van een gewaagd dogma worden afgeveegd!

Rohr uit zijn verbazing: “Zeventien eeuwen lang in onbruik – hoe ís dit toch mogelijk?” Inderdaad tart dit de geloofwaardigheid. Dus laten we gewoon maar toegeven dat het niet geloofwaardig is. Je kunt alleen geloven dat Rohr de Drie-eenheid herontdekt heeft, als je bereid bent te geloven dat de buitenissige inhoud die hij aan het dogma geeft de echte waarheid is en dat Augustinus, Johannes van Damascus, Thomas van Aquino, Bonaventura, Calvijn, Wesley en Barth zich alleen maar met onbenullige, marginale projectjes bezighielden (“Van Aquino was er bijna”, geeft Rohr in een oprisping van toegeeflijkheid toe). Deze onwetende zielen (dat is te zeggen: sommigen waren waarschijnlijk zo “bekrompen dat ze het wiel zelf wilden uitvinden”) tezamen met alle pastores en predikers en gelovige mannen en vrouwen door de pelgrimstocht van de kerk van de eeuwen heen: wat zij allen steeds maar wilden zeggen, maar nooit in slaagden tot aan ‘De Uitnodiging’, was dat er in den beginne ‘de stroom’ was.

Wat was voor Rohr het historische moment waarop hij inzag dat de Drie-eenheid ‘de Stroom’ is? Hij was eens tijdens de veertigdagentijd op retraite in een hermitage in Arizona. Hij was van plan geweest om buiten de Bijbel om niets te lezen, maar in het retraiteoord lag het invloedrijke boek van Catherine Mowry LaCugna getiteld ‘God for Us: The Trinity and the Christian Life’. Hij begon erin te lezen in de wetenschap dat het “zwaar en vaak saai” was, maar de hele tijd “ontving [hij] glimpjes van begrip” en in toenemende mate “zei [hij] ‘Ja, ja!’ tegen nieuwe woorden en nog maar net begrepen ideeën.” Tegen de tijd dat hij het boek uit had was de Drie-eenheid “niet langer een abstract idee, een doctrine of een ergens weggestopt ‘geloof’, maar bijna een fenomenologie van mijn eigen – en andermans – innerlijke Godservaring.” Dit was inspirerend: “Drie-eenheid was geen geloof, maar een heel objectieve manier om mijn eigen diepe ervaring van Transcendentie en wat ik hier ‘de stroom’ noem te omschrijven!” In feite, toen hij na deze intensieve leeservaring naar huis terugreed “genoot [hij] veel bewuster van ‘de stroom’” en begreep hij dat het “overal stroomde”. In ‘De goddelijke dans’ heeft het zeker overal gestroomd.

‘God for Us’ van LaCugna is een zeer geleerd, maar ook zeer gebrekkig wetenschappelijk werk. Het trok in 1993 veel aandacht, maar het heeft nooit goed beklijft. Afgaande op wat hij erover schrijft en op grond van het bewijs uit ‘De goddelijke dans’ heeft Rohr er niet veel van begrepen, heeft hij alleen de meest problematische gedeelten onthouden en de hele ervaring laten overvloeien in zijn al bestaande metafysica van ‘de stroom’. Hij bracht zijn inzichten in een serie opgenomen gesprekken naar buiten, die medeauteur Mike Morrell heeft getranscribeerd en geredigeerd, met dit boek als resultaat. Het overzetten van dit materiaal van gesproken tot geschreven tekst is stilistisch niet erg gelukkig. Het boek is een los, onsamenhangend geheel en zit vol herhalingen. Dat werkt ontwapenend in enkele meditatieve passages maar de onverzorgde en onberekenbare toonzetting wordt gehandhaafd, zelfs wanneer Rohr beweringen doet die bewijs en specificatie vereisen.

Ik noem de ongebruikelijke ontstaansgeschiedenis van het boek, omdat die mij helpt begrijpen waarom ‘De goddelijke dans’ klinkt zoals hij klinkt. Op de achtergrond speelt een impressionistische lezing van een problematisch theologisch werk, dat in een reeks causerieachtige, educatieve aanzetten wordt verwoord, die wellicht goed kunnen werken in de context van een spirituele retraite, en geweven tot een schetsmatig boek met veel onzorgvuldige aannames en losse eindjes.

Leermogelijkheden?

Wat kan je zeggen over ‘De goddelijke dans’? Rohr maakt het je moeilijk om kritiek op hem te leveren, omdat hij constant fictieve gesprekjes inbouwt waarin hij kritiek krijgt. Hij haalt 1 Johannes aan en zegt dan: “Als ik dat onafhankelijk van Johannes zou hebben gezegd, zouden velen mij een lichtgewicht New-Age-aanhanger uit California hebben genoemd, maar ik deel gewoon de diepe spiritualiteit van de Drie-eenheid met Johannes, met alle implicaties van dien. Dit is het echte Traditionalisme.” Dit maait het gras voor de voeten van een recensent weg, als die wil zeggen dat wat Rohr leert zeer sterk van de traditie afwijkt en wel precies in de richting van een lichtgewicht New-Age-aanhanger uit California. Zijn handelsmerk is een soort stichtelijke blasfemie. Hij krijgt een kick van het flirten met ketterij. Hij doet heel erg zijn best om scherp, boeddhistisch, quasiwetenschappelijk en onorthodox te klinken.

Er zijn zo nu en dan gedeelten waar ik het met hem eens zou kunnen zijn, of waar ik tenminste zie dat hij iets aanroert waarover ik iets meer wilde leren. Maar deze gedeelten botsen onvermijdelijk met de meest verwerpelijke passages. Om een voorbeeld te geven: Rohr beveelt een á twee bladzijden lang het knuffelen van puppy’s en kinderen aan en zelfs ik als zeer rationeel wezen vond dit hartverwarmend. Maar in de volgende regels is te lezen dat deze knuffelbare vriendjes “heel even – vergeef me – God zijn! Of is het juist omgekeerd? Moet je juist ‘God’ worden om in zo’n onbelemmerd stromen te staan?” Rohr concludeert: “Natuurlijk zijn beide juist.” Maar beide zijn onjuist.

En mijn lange – het zij me vergeven – recensie heeft een kernpunt, namelijk dat ‘De goddelijke dans’ niet over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest gaat. Het is een boek over een alternatieve spiritualiteit van ‘de stroom’ die verbonden is aan een metafysica die weigert om een verschil tussen God en de wereld te zien. Het is één grote plundering van de taal van de theologie over de Drie-eenheid met een zonneklaar doel: het gebruiken van deze taal om een geheel nieuw dogma te verkondigen. Ik zou de leer van ‘het Goddelijk Stromen’ bestrijden in elke context waarin die onder mijn aandacht zou worden gebracht. Maar het is onverdraaglijk dat deze leer aan de man wordt gebracht als zou het de christelijke leer aangaande de Drie-eenheid zijn. Deze voortdurende onjuiste voorstelling van zaken maakt van dit boek een valse leer in de kerk.

Mijn lange recensie heeft een kernpunt, namelijk dat ‘De goddelijke dans’ niet over de Vader, de Zoon en de Heilige Geest gaat. Het is een boek over een alternatieve spiritualiteit van ‘de stroom’ die verbonden is aan een metafysica die weigert om een verschil tussen God en de wereld te zien.

Ik stel dit om twee redenen met enige schroom. Ten eerste, ik weet dat veel evangelische christenen eenzelfde soort getuigenissen als Richard Rohr hebben en zeggen dat zijn spirituele boeken hen hebben geholpen. Ten tweede, ik heb geen enkel van zijn eerdere werken gelezen, dus ik spreek niet vanuit uitputtend onderzoek naar al zijn opvattingen.

Maar wat ik in ‘De goddelijke dans’ heb gelezen, is erg slecht. Aan de randen zijn aanwijzingen te vinden voor universalisme, het verwerpen van de noodzaak van verzoening met God door Christus, de lage Schriftvisie als ware het een moreel verontreinigde tekst waarin onjuiste beweringen staan en de idee dat de menswording van Christus op zich al verzoening met God betekent. De kern van het boek bestaat uit een gemotiveerd misbruik van de Drie-eenheid. Het boek neigt naar de omverwerping en de vervanging van de christelijke leer aangaande de drie-enige God. Het is een theologisch paard van Troje bedoeld om een vijandig metafysica in het hart van de kerk te planten.

Als u uw voordeel heeft gedaan met het spirituele onderwijs van Rohr’s eerdere boeken, bedenk dan nog eens opnieuw of u zich door zo iemand zou moeten laten onderwijzen. Ik zou u willen adviseren dit niet te doen. Dank God dat zijn werk u op goede wijze heeft gestimuleerd, maar erken dat hij een ander evangelie met een andere God predikt. Al het goede dat hij schrijft, kan ook elders gevonden worden, bij een auteur die de Drie-eenheid niet tot ‘een Goddelijk Stromen’ omtovert.

Als u een leraar niet de christelijke godsleer kunt toevertrouwen, kunt u hem niets toevertrouwen. Punt. Als u familie of vrienden heeft die Rohr voor hun geestelijk leven gebruiken, waarschuw hen dan ervoor dat nog langer te doen. Het boek bevat zes pagina’s met aanbevelingen; beschouw degenen die die aanbevelingen doen als mensen met een gebrek aan inzicht en niet gekwalificeerd om spirituele boeken aan te bevelen. Dit is niet iets om mee te spelen.

U bent niet het vierde lid van de Drie-eenheid, er is geen matrix van relationaliteit dat de Drie vormgeeft en beschermt en dit boek bevat geen gezonde, christelijke leer.


[i] Noot vertaler: ‘De goddelijke dans: een prachtige choreografie voor een gloedvol leven’ van Richard Rohr en Mike Morrell werd in het Nederlands in 2017 in een vertaling van Ernst Bergboer uitgegeven door KokBoekencentrum, Utrecht. Oorspronkelijke Engelstalige titel: ‘The Divine Dance: The Trinity and Your Transformation’, Whitaker House, 2016.

[ii] (1) De Kerkvaders hebben de Drie-eenheid geen ‘dans’ genoemd. Laten we veronderstellen dat een of andere poëtische Kerkvader (Romanos Melodos, Efraïm de Syriër) de metafoor van de dans voor de Drie-eenheid heeft gebruikt. Dat is bij lange na niet hetzelfde als zeggen dat de Drie-eenheid een dans is, dat het wezenlijke van God zijn vermogen tot dansen is. Probeer u eens voor te stellen dat een van de ouden dit heeft gezegd. Je zou zover terug kunnen gaan als William Butler Yeats (die zich afvroeg hoe we “de danser kunnen onderscheiden van de dans”), alhoewel ik het vermoeden heb dat het zich een plaatsje heeft verworven in de moderne bezinning op de Triniteit vanuit een meer recente bron. ‘Maniac’ uit de soundtrack van ‘Flashdance’ (1983), zou wel eens het juiste tijdperk kunnen zijn. (2) De Kerkvaders spraken niet over dansen toen ze het woord perichoresis gebruikten, waarvan (3) ons woord choreografie niet is afgeleid (dat is choreuo, niet choreo). Is het wellicht ietwat pedant om erop te wijzen dat Rohr er zich schuldig aan maakt etymologische ‘broodjes aap’ te verkopen? Wellicht. Maar zou er niet iemand in zijn team er zich van moeten hebben vergewissen of er geen sprake is van een staaltje patristisch fake news, alvorens deze mythe voor waar aan te nemen en GODDELIJKE DANS op het omslag te laten zetten? Het feit dat niemand die moeite heeft genomen is symptomatisch voor de chronische slordigheid van het hele project, dat tot uiting komt in wat er wordt beweerd over kunst, wetenschap, filosofie, geschiedenis en Bijbelse studies.

[iii] Noot vertaler: zie Eindnoot 1.

[iv] (1) Kunsthistorici beweren dit niet. Dat zouden ze niet zo gauw doen, vanwege (2) de complexe geschiedenis van het herhaaldelijk restaureren van de icoon, in het bijzonder de restauraties van 1906 en 1919, waarbij het om vele lagen verf en glazuur ging, waardoor het een raadsel is waar Rohrs zinsnede “de overgebleven lijmresten op de oorspronkelijke icoon” op zou kunnen slaan. En (3) het aanbrengen van een spiegel op een icoon zou zo zonder precedent geweest zijn, dat geen enkele historicus zonder werkelijk bevestigend bewijs (zoals daadwerkelijk een spiegel op een icoon, of een tekst uit de Oudheid die zegt: ‘Ik zag een spiegel aan een icoon bevestigd’) het als een mogelijkheid zou overwegen. Rohr klinkt als iemand die weet dat hij hiermee de waarheid geweld aandoet, door dingen te zeggen als: “het lijkt erop dat de spiegel door de eeuwen heen verloren is gegaan” en “men zou normaliter geen echte spiegel aan de voorzijde van een heilige icoon bevestigen. Als dit wel het geval is, zou dat geheel uniek en dapper zijn.” Deze verzonnen, kunsthistorische broodje-aapverhalen zijn het soort stamkroeggeklets, waarmee iemand alleen kan wegkomen als niemand in de kroeg toegang tot het internet heeft, want de Wikipediapagina over Rublevs Drie-eenheid is meer dan in staat om dit verhaal te ontkrachten (zoek het woord riza maar eens op en denk er eventjes over na). Dat een kletsverhaal zoals dit is gedrukt, geeft niet veel vertrouwen in de redactie en de publicatie achter ‘De goddelijke dans’.

[v] Noot vertaler: in het Engels staat hier: “a (w)hole in God” (een gat/geheel in God, in de Nederlandse vertaling weergegeven als ‘Een leemte in God’). Met ‘Ik (b)en God’ heb ik getracht de betekenis die Rohr in deze woordspeling legt in het Nederlands weer te geven.

[vi] Noot vertaler: Verwijzing naar de Amerikaanse film Honey, I Shrunk the Kids (1989).

Vertaling: Henk van ter Meij

Laad meer
Laden