×

Het scharnier en haar hedendaagse implicaties

N.a.v. ‘De Weg van het Woord’ – De boodschap van Handelingen voor christenen vandaag, William den Boer, uitg. Brevier, 228 pag.

Het is denk ik niet overdreven om te stellen dat Handelingen het scharnierpunt van de gehele canon is. Aan de ene kant vinden we de oude bedeling, in het Oude Testament en in de Evangeliën, en aan de andere kant wordt de bijbellezer geconfronteerd met een nieuwe bedeling, welke vooral vorm krijgt in de verschillende brieven aan de jonge christelijke gemeenten. Daartussenin bevindt zich het boek Handelingen. Het is in dat boek dat we lezen over de uitstorting van de Heilige Geest en de geboorte van de kerk. Met andere woorden, wat Jezus aan het kruis volbracht heeft, manifesteert zich in de realiteit; de door Hem aangekochte kerk krijgt vorm. In deze gedachte vinden we de grondslag van het nieuwe boek van William den Boer, ‘De Weg van het Woord’. De motor die God in Handelingen aangezwengeld heeft, draait namelijk nog altijd. En dat betekent dat het Goddelijk aankopen van zonen en dochters ook nog steeds realiteit is. Door middel van een prekenserie over Handelingen (11 preken totaal) wil Den Boer op een begrijpelijke manier destilleren wat dit in de eerste eeuw betekende en wat we hier vandaag de dag van kunnen leren.

‘De Weg van het Woord’ is daarom niet allereerst een exegetische verhandeling over Handelingen, maar veel meer een ‘thematisch’ werk. Dat wil zeggen, het behandelt de hoofdthema’s, de hoofdgedachten van het boek. De lezer zal dus weinig discussies of uitgewerkte positiebepalingen, bijvoorbeeld over het wezen van de kerk of de manier waarop Lukas omgaat met het Oude Testament, vinden. Aan de hand van thema’s gaat Den Boer vervolgens in gesprek met de hedendaagse tijdsgeest en probeert hij een brug te slaan tussen tekst en hoorder/lezer.

Beknopte samenvatting
Den Boer begint met een kort inleidend hoofdstuk over de titel ‘de Weg van het Woord’. Principieel is Handelingen namelijk een boek waarin het Woord en haar functioneren centraal staan. Dit is onder andere terug te zien in de repeterende uitspraak “het Woord van God verbreidde zich” (Hand. 6:7; 12:24; 13:49; 19:20). In deze verbreiding gebruikt God mensen, mensen die ‘de weg’ navolgen doordat het Woord bezit van ze neemt. Handelingen is dus de geschiedenis van Gods werk. Door Zijn Woord breidt Hij zijn jurisdictie uit. Dit werk van God kent allereerst drie hoofdingrediënten: trouw (hoofdstuk 2), waarheid (hoofdstuk 3) en kracht (hoofdstuk 4). Den Boer betoogt dat deze drie de basis voor de rest van het Bijbelboek vormen. Trouw heeft vooral betrekking op de wijze waarop God door de eeuwen heen met Israël is omgegaan. God gaf namelijk beloften en is daar, ondanks de verwerping van Zijn heerschappij, trouw aan gebleven. Omdat alle beloften in Christus ‘ja en amen’ zijn, is wat er in Handelingen gebeurt niet ‘nieuw’, alsof er sprake is van iets dat er eerder niet was, maar gaat God verder op de route die Hij in het Oude Testament al was ingeslagen. Hoofdstuk drie laat zien dat, met de vervulling van Gods beloften, we over ‘echte’ waarheid kunnen en mogen spreken. Wat er zich afgespeeld heeft in het Oude Testament en vervolgens in het Nieuwe Testament is echt gebeurd. Jezus is waarlijk gestorven en waarlijk opgestaan. De Christen heeft daarmee een unieke boodschap te midden van een post-truth tijdperk. Des te meer omdat hij bekleed is met kracht. Hoofdstuk vier vertelt waar die kracht vandaan komt. Niemand anders dan God de Heilige Geest is, vanaf de Pinksterdag, uitgestort over alle vlees. In en door Hem schept de Drie-enige God een nieuwe tempel om in te wonen: de gelovigen. Alle gelovigen samen vormen de kerk, de bruid van Christus. De Geest vernieuwt hen, brengt hen samen, en, net zoals Jezus uitging van de Vader, zendt hij ook hen uit als getuigen van Christus.

Na het leggen van het fundament in de eerste drie hoofdstukken, vervolgt Den Boer zijn weg met een zevental andere ‘centrale’ thema’s: vervulling (hoofdstuk 5), licht (hoofdstuk 6), bekering (hoofdstuk 7), verlossing (hoofdstukken 8 en 9), opwekking (hoofdstuk 10), gebed (hoofdstuk 11) en getuigen (hoofdstuk 12). Kort loop ik alle zeven bij langs. Vervulling is al kort aangestipt in hoofdstuk twee, maar wordt in hoofdstuk vijf verder uitgewerkt. Den Boer doet dit aan de hand van de oudtestamentische verbonden. Elk van deze verbonden wijzen op Christus en zijn uiteindelijk in en door Hem vervuld, culminerend in de uitstorting van de Heilige Geest. Hoofdstuk zes wijkt wat af van de rest van de hoofdstukken en is gericht op de komst van Christus in de wereld. Jezus was (is nog steeds) het licht van de wereld. In en door Zijn geboorte is er niet langer enkel duisternis, maar is er hoop. In het daaropvolgende hoofdstuk wordt de draad weer opgepakt met het thema bekering. Niet langer is bekering beperkt tot Joden, ook de heidenen mogen hier nu in delen. Iedereen die het evangelie van Christus gelooft, zal zalig worden en de Heilige Geest ontvangen. Wanneer iemand gelooft, blijft hij niet hetzelfde, maar wordt hij geheel anders. De Geest verandert immers de hele mens. Het kan dan ook niet anders dan dat dit praktische gevolgen heeft voor de manier waarop de christen leeft.

Waar bekering meer gericht is op wat er boven de oppervlakte gebeurt, gaan de hoofdstukken acht en negen een stapje verder en kijken ze naar wat er onder de oppervlakte gebeurt. In bekering vindt er immers verlossing plaats. Verlossing moet echter niet in eerste instantie als het oplossen van aardse problemen worden gezien. In de kern gaat het over een probleem dat de mens heeft met God; een onherstelbare gebroken relatie. Binnen dat kader is niet de mens, maar God degene die bepaalt wanneer en hoe deze relatie hersteld wordt. God heeft beloofd dit zelf te doen, door Zijn eigen Zoon te sturen en over te geven in de dood aan het kruis. Daarin en daardoor wordt de kern van ons menselijk bestaan, voor een ieder die gelooft en zich bekeert, hersteld. Hoofdstuk tien gaat over opwekking. De Geest is namelijk niet alleen met Pinksteren uitgestort, maar wordt telkens weer opnieuw uitgestort wanneer men het evangelie ontdekt. Een voorbeeld hiervan zijn de uitzonderlijke momenten wanneer de Heilige Geest op bovennatuurlijke wijze wordt uitgestort. Doorgaans worden deze momenten als ‘opwekking’ bestempeld. De hoofdstukken elf en twaalf gaan over twee essentiële ingrediënten voor zulke opwekkingen: gebed en getuigen. Gebed richt ons op God, getuigen op de medemens. Als slot sluit Den Boer af met een korte epiloog over vreugde. Het boek Handelingen beschrijft de geschiedenis van deze vreugde en hoe zij zich heeft verspreid over de hele wereld.

Concluderende gedachten
Het is altijd goed om weer herinnerd te worden aan de machtige daden van God. Voor iedereen die een kort en krachtig overzicht wil van Gods machtige daden in Handelingen, is ‘De Weg van het Woord’ een uitstekend boek. Verder, de opbouw van het boek en daarmee de afzonderlijke hoofdstukken zijn helder en overzichtelijk. Precies zoals je van preken mag verwachten. Het is overigens helpend dat Den Boer er zelf op wijst dat dit boek een samenvoeging van preken is. Dit helpt om de hoofdstukken op waarde te schatten. Met enige regelmaat bijvoorbeeld, proef je iets van het verlangen van Den Boer om zijn gemeente bekend te maken met Christus. Er zit wat dat betreft een duidelijk appel in de tekst. Dit zorgt er voor dat de hoofdstukken niet ‘klassieke’ hoofdstukken zijn zoals je die in een ‘normaal’ boek vindt; het zijn echt preken.

‘De Weg van het Woord’ is daarom vooral een boek voor bijbelstudiegroepen en devotionele lezers. Het wil de lezer meenemen en aanspreken. Zoals ik in de inleiding al aangaf, zul je in dit 226 bladzijden tellende boek nauwelijks gedetailleerde exegetische verhandelingen tegenkomen. Gezien de missionaire context waarin deze preken voor het eerst klonken – in de Wegwijzer in Almere – is dat te begrijpen. Toch had ik, ook voor de leek, nog iets meer toelichting verwacht over de gekozen centrale thema’s. Waarom deze? En waarom niet vijf andere thema’s? Waarom is er bijvoorbeeld geen apart hoofdstuk over de kerk? Wat mij betreft zou een dergelijke onderbouwing het geheel duidelijker kunnen maken.

Dit neemt niet weg dat het een vreugde was om ‘De Weg van het Woord’ te lezen. Handelingen is een scharnierboek en verdient daarom meer aandacht dan dat het in de jaarlijkse pinksterpreek vaak krijgt. De God van trouw, waarheid en kracht werkt nog steeds. De vraag is, willen we dat in de 21e eeuw nog geloven en in Gods werk participeren? In ‘De Weg van het Woord’ doet Den Boer een oproep om exact dát te doen.

Nieuwsbrieven

Blijf op de hoogte

Laad meer
Laden