×

Lezen: Hosea 11:1-11

Toen Israël nog een kind was, had ik het lief.
Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven? (…) Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.
Hosea 11:1a, 8

Als de vader de in smerige lompen gehulde man vanuit de verte herkent als zijn verloren zoon, laat hij van zijn waardigheid weinig over. Hij rent hem tegemoet. Hij rent! Voor een heer uit die tijd iets totaal vernederends. Alle sociale en religieuze zorgvuldigheid verliest hij vervolgens uit het oog als hij zijn zoon om de hals valt en kust. En dan eist de diep gekrenkte vader geen genoegdoening, hij wacht niet op berouw, maar vergeeft onvoorwaardelijk en totaal. Hij drukt zijn zoon aan zijn hart voordat die ook maar één woord kan uitbrengen, laat staan zijn complete ingestudeerde schuldbelijdenis. Bodemloze vaderliefde.

De diep gekrenkte vader eist geen genoegdoening, hij wacht niet op berouw, maar vergeeft onvoorwaardelijk en totaal.

Is het ‘medelijden’ (NBV) dat de vader drijft? Oudere vertalingen spreken van ‘met (innerlijke) ontferming bewogen worden’. Ouderwets misschien, maar het vertolkt trefzeker wat hier aan de hand is. Hetzelfde woord wordt bijvoorbeeld gebruikt in Marcus 6:34: ‘Toen hij (Jezus) uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder.’ Ook hier is het diepe bewogenheid met verloren zondaars die Jezus aanzet tot genadige ontferming. Zoals Gods vaderhart in Hosea 11 wordt verscheurd en door barmhartigheid wordt bewogen als Hij aan zijn zoon Israël denkt.

Gods bodemloze vaderliefde is dé reden dat Hij zijn onverbeterlijk zondige volk nooit zal kunnen prijsgeven.

Diepe bewogenheid met verloren zondaars zet Jezus aan tot genadige ontferming.

Zingen: Gezang 156

Noot van de redactie: 

Ga naar het overzicht van alle artikelen in de serie 30 x Lucas 15.

Met toestemming van de uitgever overgenomen uit: Bijbels Dagboek 2015 (De Vuurbaak 2014).

Laad meer
Laden