‘Alles is Christus’ – en andere verwarde boodschappen van Richard Rohr

In 2014 ging ik naar een concert van Michael Gungor[i] in een kleine club in St. Louis. Terwijl ik in de rij stond te wachten, hoorde ik een aantal van zijn christelijke familieleden, dat naast me stond, met enig ongemak praten over Michaels geloof.

Mijn vrienden hebben me verteld dat Gungor zichzelf omschreef als een ‘apofaticus’ – dit is iemand die aanneemt dat God niet benoemd, noch omschreven kan worden. Vanaf dit punt is hij verder gegaan en tegenwoordig luistert hij naar de Hindoenaam Vishnu Dass (‘dienaar van Vishnu’). Lisa, Gungor’s echtgenote, zei in een interview uit 2018: ‘Ik ben zo dankbaar voor de tragedie van het verliezen van het geloof, omdat ik denk dat het een noodzakelijke weg is geweest. Het was een weg die we móesten gaan.

Toen Michael Gungor aan zijn post-christelijke levensfase begon, had hij een spirituele coach gevonden in de persoon van Richard Rohr. In maart 2019 heeft Gungor een vraaggesprek van meer dan twee uur met Rohr gehad over zijn laatste boek getiteld: Het Christus Mysterie – Hoe Gods tegenwoordigheid alles wat je ziet, hoopt en gelooft kan veranderen (KokBoekencentrum, 2019).[ii]

Wie is Rohr eigenlijk en wat leert hij in zijn nieuwe boek?

Rohr, de spirituele mentor

De 76-jarige Rohr is al vijftig jaar lang franciscaner frater en rooms-katholiek priester en hij heeft het Center for Action and Contemplation in Albuquerque (New Mexico) opgericht. Rohr’s boek Het Christus Mysterie staat op nummer 1 in de bestsellerlijst van Amazon in de rubrieken ‘Christologie’ en ‘Christelijke ethiek’ en het boek wordt aangeprezen door de zanger van U2, Bono. Oprah Winfrey heeft Rohr is 2015 én 2019 geïnterviewd. Gewezen pastor Rob Bell is door Rohr beïnvloed en heeft een interview van negentig minuten met hem gehouden.

Een zoektocht in de National Catholic Reporter levert tientallen artikelen van en over Rohr op, plus artikelen die hem citeren. Ik denk dat het moeilijk zal zijn om een andere rooms-katholieke spirituele auteur te vinden die de afgelopen jaren meer aandacht in de media heeft gekregen. Een recent artikel beschrijft de groeiende invloed van Rohr op de hedendaagse spiritueel amechtige millenials; in dit artikel ook een ruwe schets van een bijeenkomst met Rohr door een van de bezoekers:

Anthony Graffagnino omschrijft zich in spiritueel opzicht zowel als gefrustreerd als nieuwsgierig. De 28-jarige Graffagnino, een pinksterchristen die unitarist werd, zei dat hij genoeg heeft van ‘oudbakken en dooie geloofsuitingen waarvan ik niet zag dat ze mensen of de wereld om me heen verbeterden’. Maar ‘de ontdekking van de christelijke mystieke traditie door het werk van de franciscaner frater Richard Rohr heeft geholpen om dat te veranderen’ en Graffagnino zegt dat ‘het werk van frater Richard het [hem] mogelijk heeft gemaakt een toegangsweg tot het christendom te vinden toen ik dacht dat die er niet was’.

Het Christus Mysterie – de ‘Jezus’ van Rohr en zijn ‘Christus’

Het allesomvattende project van Rohr in zijn nieuwe boek is om ‘Jezus’ te onderscheiden van ‘Christus’. Aan het begin stelt hij de vraag: ‘Op welke manier is Christus’ functie of rol anders dan die van Jezus?’ Zijn antwoord is dat ‘Jezus’ beperkt, specifiek en aan de aarde gebonden is, terwijl ‘Christus’ onbeperkt, universeel en kosmisch is. Rohr schrijft: ‘Christus … was duidelijk niet zomaar Jezus van Nazareth, maar iets veel groters.’ De ‘Jezus’ van Rohr is maar nietig vergeleken met ‘Christus’. In zijn relaas over Jezus’ opstanding onderscheidt Rohr niet alleen ‘Jezus’ van ‘Christus’, maar hij stelt ze tegenover elkaar. Hij beweert dat ‘Jezus’ moet verdwijnen, zodat ‘Christus’ kan verschijnen.

Het allesomvattende project van Rohr in zijn nieuwe boek is om ‘Jezus’ te onderscheiden van ‘Christus’.

In Het Christus Mysterie noemt Rohr Jezus ‘het amalgaam van materie en geest’. Hoewel dit niet een overduidelijk foute bewering is, is het wel een minimaliserende – een frase die op élk menselijk wezen van toepassing is. Het is opvallend dat Rohr niet beweert dat ‘Jezus Christus is’ of dat ‘Jezus God is’. In plaats daarvan zegt hij dat ‘Christus God is’ en dat ‘Jezus … de manifestatie [van God] in de tijd is.’ Omdat voor Rohr álles in het universum een manifestatie van God is, is het zeggen dat Jezus dat ook is niet meer dan beweren dat Jezus onderdeel van het universum uitmaakt.

In een andere passage noemt Rohr Jezus een ‘prachtige symbiose tussen goddelijkheid en menselijkheid’. Toch impliceert ‘een symbiose’ dat Jezus gewoon een man zou kunnen zijn geweest die interactie met God had. Opnieuw schrijft Rohr: ‘We hebben veel tijd besteed aan het aanbidden van de boodschapper en we hebben geprobeerd anderen hetzelfde te laten doen … [Jezus] heeft verscheidene malen gevraagd hem te volgen en niet één keer hem te aanbidden’.

Het herdefiniëren van sleuteltermen door Rohr

Vanwege de ongebruikelijke manieren waarop Rohr bekend christelijk vocabulaire gebruikt, zouden lezers weleens in verwarring kunnen worden gebracht. Hier volgt een aantal definities waarmee Rohr werkt.

God: een subjectieve term die een manier van kijken naar de wereld uitdrukt. ‘Alles dat je op een positieve manier bij jezelf vandaan haalt … werkt als God voor jou.’ ‘Telkens wanneer je liefde kiest … ben je in contact met de Goddelijke Persoonlijkheid. Je hoeft het niet eens ’God’ te noemen.’

Openbaring: geen afzonderlijke zelfopenbaring van God in de geschiedenis. In plaats daarvan openbaart Hij zich overal en altijd: ‘Dit boek … [tracht] het christendom opnieuw te gronden als een natuurlijke religie en niet één die alleen maar gebaseerd is op een bijzondere openbaring die slechts toegankelijk is voor de enkeling.’ Rohr’s spiritualiteit is naturalistisch en ‘het mentale verschil tussen ‘natuurlijk’ en ‘bovennatuurlijk’ … vervalt.’

Schepping: vanaf de Big Bang tot nu toe is God al in alles ‘geïncarneerd’: ‘Deze zelfopenbaring van wie ook maar die je God noemt in de tastbare schepping was de ‘eerste incarnatie’ (de algemene term voor welke vleeswording van geest dan ook), al lang voor de persoonlijke, tweede incarnatie, waarvan christenen geloven dat die in Jezus plaatsvond.’ Rohr schrijft dat ‘God van alle dingen houdt door ze te worden’.

Christus: Meer een proces dan een persoon: ‘Het Christus-mysterie is geen eenmalige gebeurtenis, maar een doorgaand proces door de tijd, even constant als het licht dat het universum vervult’, en ‘beperkt de aanwezigheid van de Schepper dus niet tot slechts een menselijke manifestatie, Jezus’. Rohr zegt niet met zoveel woorden dat Jezus de incarnatie van God of de Zoon van God was of is. In plaats daarvan schrijft hij over een ‘incarnatie waarvan christenen geloven dat die gebeurde met Jezus’. ‘Incarnatie’ blijkt een bepaalde manier te zijn waarop mensen naar Jezus kijken, geen objectief feit. Rohr draagt zijn boek op aan de hond Venus, die voor hem ‘Christus was’.

Kruisiging: iets dat met Jezus gebeurde en ook met ons zou moeten gebeuren. Het Bijbelse dood-en-opstandingsverhaal leert ons dat iedereen zijn ik-gerichte banden (‘kruisiging’) moet verbreken om opnieuw geboren te worden (‘opstanding’). De dood van Jezus was ‘Gods grote daad van solidariteit’ met de mensheid en ‘niet een of andere bloederige transactie die “vereist” was vanwege Gods gekrenkte rechtvaardigheid om zodoende het probleem van de menselijke zonde recht te zetten’. Jezus’ dood bewerkte geen verlossing. In plaats daarvan ben ík Jezus, ben jíj Jezus, is iederéén Jezus – daar komt Rohr uiteindelijk op uit.

Jezus’ dood bewerkte geen verlossing. In plaats daarvan ben ík Jezus, ben jíj Jezus, is iederéén Jezus – daar komt Rohr uiteindelijk op uit.

Opstanding: ‘het algemene principe van alle werkelijkheid’ en ‘opstanding [is] een ander woord voor verandering’. Op Paaszondag ‘veranderde één ingekaderd lichaam van Jezus in alomtegenwoordig Licht’. Hij voegt hieraan toe: ‘Als er een videocamera voor het graf van Jezus zou zijn geplaatst, zou die geen eenzame man die uit een graf komt hebben gefilmd … [maar] zoiets als lichtstralen die alle kanten opschijnen.’ Toch geeft Rohr ietwat ondeugend toe, dat ‘[hij] volgens de meeste normen aangaande dit belangrijk onderwerp [van Jezus’ opstanding] behoorlijk conservatief en orthodox is’.

Eindtijd: Rohr zegt hierover weinig, wellicht omdat hij bevestigt dat Gods één-zijn met de mensheid en de kosmos een aanwezige realiteit in plaats van een niet gerealiseerde hoop is. Hij zegt: ‘Het is gewoon een kwestie van tijd voordat alle kwade machten uiteen zullen vallen’, en dat die ‘de geleidelijke “wederkomst van Christus” is’. Rohr onderschrijft de universele verlossing wanneer hij stelt dat ‘de hel en Christus niet naast elkaar kunnen bestaan’; dit goede nieuws moet ‘goed nieuws voor iedereen zijn’.

De klassieke leer betreffende Christus en de menswording

Hoewel Rohr zich hult in de mantel van de rooms-katholieke en franciscaanse spiritualiteit, is veel van wat hij ter sprake brengt in tegenspraak met de rooms-katholieke dogma’s en het historische christendom. (Ik ben onlangs geïnterviewd door een rooms-katholieke radiozender over het boek van Rohr.)

In tegenspraak met de traditionele leer van de kerk beweert Rohr dat er een ‘eerste incarnatie’ plaatshad toen God de wereld schiep. Dit is duidelijk een probleem, want als God een persoonlijk Wezen is, hoe kon God incarneren in een fysiek universum, zonder daardoor onpersoonlijk te worden? Als persoonlijke wezens kunnen u en ik niet incarneren in levenloze materie. Des te minder zou God kunnen incarneren in steen, oceaan of atmosfeer. Het is een vernedering voor Degene die geïncarneerd is om iets anders te stellen.

De wens van Rohr om een onderscheid te maken tussen ‘Christus’ en ‘Jezus’ werd door Ireneüs van Lyon al besproken in zijn werk Adversus Haereses (Tegen de ketters) (2de eeuw). Hij ontvouwde in dit boek het beginsel dat ‘Christus niet kan worden gescheiden van Jezus’. De kerkvader stelde verder dat het ‘daarom duidelijk is dat de apostel Paulus geen andere Christus kende dan alleen Deze – Hij Die heeft geleden, Die is begraven, Die uit de dood werd opgewekt, Die werd geboren, Die als mens spreekt.’ Ireneüs beweerde dat het ‘godslastering’ was om ‘Christus’ van ‘Jezus’ te scheiden, zoals sommige gnostische auteurs deden.

Wie anders, naast Rohr, hebben onderscheid gemaakt tussen ‘Christus’ en ‘Jezus’? Deze lijst bestaat onder andere uit: Cerinthus, de gnosticus uit de 2de eeuw; Mary Baker Eddy, de stichter van Christian Science; en denkers van de New Age uit de jaren 1980. Eddy schreef: ‘Niet dat de mens Jezus eeuwig was of is, maar dat de goddelijke idee of Christus zo was of is.’ Rohr bevindt zich in beschamend theologisch gezelschap.

Het Nieuwe Testament heeft een heel ander uitgangspunt, namelijk dat ‘Jezus de Christus ís’ en dat ‘in Hem heel de volheid van de Godheid lichamelijk [woont]’ (Kol. 2:9, HSV). 1Johannes 4:1-3 zegt dat degenen die ontkennen ‘dat Jezus Christus in het vlees gekomen is’ ‘de geest van de antichrist’ tonen. In Het Christus Mysterie beweert Rohr dat ‘het Woord is vlees geworden’ (Joh. 1:14) niet ‘verwijst naar een enkel menselijk lichaam’. Maar als de eeuwige Zoon geen vlees werd in ‘een enkel menselijk lichaam’, hoe heeft dan het wonder van de menswording überhaupt kunnen plaatsvinden? Het Christus Mysterie is in lijn met wat de Schrift ‘de geest van de antichrist’ noemt.

De realiteit van het Kwaad

Een van de meest serieuze problemen voor Rohr is de niet-onderkende kwestie van het ethisch onderscheidingsvermogen. Hij vertelt ons dat God door de dood van Jezus solidariteit toont met de lijdende mens van alle tijden. Daar is op zich niets mis mee. Maar hier komt zijn poging om nog enige betekenis uit de dood van Jezus te halen frontaal in botsing met zijn leer van de ‘universele Christus’. In Het Christus Mysterie behandelt Rohr nergens het ethische probleem – inherent aan alle monistische wereldbeelden – van het onderscheiden van goed en kwaad.

Als ‘Christus’ het joodse meisje is dat zich in haar slaapkamer heeft verstopt om ontdekking te ontkomen, dan is ‘Christus’ ook de nazi-militair die de voordeur intrapt.

Want als ‘Christus’ het joodse meisje is dat zich in haar slaapkamer heeft verstopt om ontdekking te ontkomen, dan is ‘Christus’ ook de nazi-militair die de voordeur intrapt. Als Rohr zijn eigen voorkeuren zou volgen, zou hij zich wellicht met het jonge slachtoffertje in dit voorbeeld willen vereenzelvigen, maar wat zou er gebeuren als ik me met de beestachtige nazi zou willen identificeren? Volgens de principes die Rohr hanteert, is de soldaat niet minder ‘Christus’ dan het deerniswekkende slachtoffertje. De vooronderstellingen kunnen net zo gemakkelijk leiden tot een nazi-theologie als tot een solidair-met-slachtoffertheologie. Ik zie geen uitweg uit dit ethische probleem, tenzij Rohr oftewel zijn vooronderstelling van de ‘universele Christus’ overboord zet, of een ‘universele Christus’ omhelst die zowel goed áls slecht, en genadig én genadeloos is. Als hij toegeeft dat níet alles Christus is, valt zijn betoog in duigen. Maar het alternatief is te beweren dat Christus zowel goed als slecht is.

Het probleem van de zelfverlossing

Gedurende de 2de eeuw schreven de zogeheten gnostici over ‘Jezus’, ‘onwetendheid’, ‘verlossing’ en ‘zonde’ en toch dichtten ze deze betekenissen toe die afweken van de Schrift. Voor hen was Jezus een model voor de rest van de mensheid. Voor de gnostici was het wezenlijke probleem van de mens de onwetendheid van het zelf met betrekking tot zijn ware identiteit. Deze onwetendheid kon worden overwonnen door kennis (in het Grieks: gnosis). Alle menselijk wezens moeten hun eigen ware natuur wakker schudden; Jezus was eenvoudig de eerste die zich wakker schudde.

Derhalve redt Jezus ons niet; we redden onszelf als we van onwetendheid naar begrip overgaan. Voor iemand als Rohr kan Jezus daarin behulpzaam zijn, maar Hij kan er niet onontbeerlijk in zijn, omdat het heel goed mogelijk zou kunnen zijn dat men van niet begrijpen van het ‘onware zelf’ overgaat naar de wijsheid van het ‘ware zelf’ – zonder dat men de naam van Jezus hoort of in Hem gelooft. Dus loopt Rohr’s stellingname uit op een dogma van zelfverlossing – en overschaduwt de historische realiteit van Jezus geheel en al.

Wat kunnen we leren?

Om terug te komen op het verhaal waarmee we zijn begonnen: alleen Michael Gungor kent zijn eigen hart – of misschien weet God dat alleen (Jer. 17:9-10) – en het is onmogelijk om er achter te komen welk verband van oorzaak en gevolg er is geweest tussen de blootstelling van Gungor aan de leerstellingen van Rohr en Gungors verlies van het christelijk geloof. Maar je vraagt je wel af of het werk van Rohr voor de lezer niet een spirituele en theologische brug naar iets postchristelijks, interreligieus of naturalistisch bouwt.

Zoals gezegd, Rohr accepteert geen bijzondere openbaring. Alles dat we nodig hebben is de Natuur (lees: God), ‘Christus’ is niet alleen maar het etiketje dat overal kan worden opgeplakt, zoals bij Rohr, maar een etiket kan, naar believen, ook nergens worden opgeplakt. Cultureel gevoelige mensen zouden tegenwoordig wellicht vereenzelviging met of referentie aan ‘Christus’ willen vermijden. En als de hele ‘God’-, ‘Christus’- en ‘Jezus’-taal overboord zou kunnen worden gezet, waarom dan ook niet? Waarom zeg je niet gewoon ‘het Universum leidt me’ of ‘ik ga mee op de kosmische stroom’?

Het probleem met Rohr is niet alleen dat hij bepaalde theologisch betwistbare stellingen heeft ingenomen. Het is meer dat het onontbeerlijke, alles veranderende, heilige mysterie van het Evangelie – het Woord is vlees geworden (Joh. 1:14) – er bij hem niet is. In plaats daarvan is er leegte. Als Jezus’ menselijke lichaam is verdwenen, zoals Rohr beweert, en zijn diffuse stralen naar alle kanten zijn weggeschoten, blijft er niet anders over om te aanbidden dan het universum. Of misschien is de conclusie dat men zijn eigen christusnatuur aanbidt? Het is moeilijk te begrijpen hoe het aanbidden van het universum of van jezelf iets anders is dan niets te aanbidden in een soort van schemerig vroom nihilisme.

Het probleem met Rohr is niet alleen dat hij bepaalde theologisch betwistbare stellingen heeft ingenomen. Het is meer dat het onontbeerlijke, alles veranderende, heilige mysterie van het Evangelie – het Woord is vlees geworden (Joh. 1:14) – er bij hem niet is. In plaats daarvan is er leegte.

Er is iets slaapverwekkends in Rohr’s zonovergoten tevredenheid dat alles en iedereen oké is. Niemand die echte problemen in zijn leven heeft – een gewelddadige bende die de straten onveilig maakt, een alcohol- of drugverslaving, een familielid dat zelfmoord heeft gepleegd – zal veel bemoediging vinden in de uitspraak dat ‘Christus een ander woord is voor alles’. Degenen die door het leven gebeukt en geslagen zijn, zouden woedend op Rohr’s panglossiaanse optimisme kunnen reageren. Ondanks het feit dat Rohr in Het Christus Mysterie spreekt over het te boven komen van sociale privileges is het een boek dat waarschijnlijk zal gelezen worden door de happy few die het in het leven helemaal gemaakt hebben. Het is geen boek dat iemand in een opvangcentrum voor daklozen zal lezen of waarderen. Om Dorothy Parker aan te halen: ‘Dit boek moet niet met een achteloos gebaar aan de kant worden gelegd. Het moet met grote kracht worden weggesmeten.’

Echte christelijke spiritualiteit

Waar begint serieuze christelijke spiritualiteit? Naast de Schift zelf is er een overvloed aan werken te overwegen, waarvan veel online toegankelijk zijn. Enkele van mijn persoonlijke favorieten zijn: de Woestijnvaders, Apoftegmata Patrum (Engelse vertaling: The Sayings of the Desert Fathers, vertaald door Benedicta Ward); Bernhardus van Clairvaux, Over het liefhebben van God; Thomas van Kempen, De navolging van Christus; Franciscus van Sales, Inleiding tot het godvruchtige leven; A.W. Tozer, Verlangen naar God en De rechte kennis van God.

Niet één christelijke gelovige die in deze geweldige literatuur spit, zal teruggaan naar Het Christus Mysterie van Rohr en daarin veel van waarde vinden. Het spijtige voor nu – voor mensen zoals Michael Gungor – is dat er in de kerken zo weinig wordt gepreekt en onderwezen over de waarheid, het mysterie en het majesteitelijke van Christus’ komst in het vlees, en dat er zo weinig bekendheid is met de enorme voorraadkamer van wijsheid die in de christelijke traditie besloten ligt.

Totdat christelijke leiders voor zichzelf de rijkdom van de Schrift ontdekken en de inzichten van heilige mannen en vrouwen uit het verleden, zullen mensen van nu die een geestelijke honger hebben het boek Het Christus Mysterie in de bibliotheek of in de boekhandel ter hand nemen en veronderstellen dat het een boek over de christelijke spiritualiteit is. Ze zullen deze steen mee naar huis nemen in plaats van brood. Herders en leraren, wees waakzaam.

Vertaling: Henk van ter Meij

Noten vertaler:

[i] Michael Gungor (14 sept. 1980) is een in de V.S. beroemde muzikant. Hij maakte aanvankelijk christelijke muziek, maar verloor zijn geloof. Hij doet hiervan verslag in de autobiografie This: Becoming Free (april 2019).

[ii] De Nederlandse vertaling is van Daan Savert. In de V.S. is het boek verschenen onder de titel: The Universal Christ: How a Forgotten Reality Can Change Everything We See, Hope for, and Believe (Convergent Books, 2019).

Laad meer
Laden