Kun je het evangelie in drie woorden uitleggen?

Lightstock

Zou je het evangelie kunnen uitleggen aan een niet-gelovige met gebruik van slechts drie woorden?

Dat was de uitdaging die iemand een paar weken geleden op sociale media presenteerde. “Je kan het gehele evangelie niet uitleggen met slechts drie woorden,” mompelde ik tegen mezelf; “dat is nu juist waarom we een canon hebben van 66 boeken.” Maar hoe meer ik erover nadacht, des te meer veranderde ik van mening en ging ik er open voor staan om de uitdaging op te pakken.

Ik denk dat ik het evangelie met slechts drie woorden zou kunnen uitleggen mits ik vervolgens wat tijd krijg om deze drie woorden uit te leggen. En deze woorden zijn: Heere Jezus Christus.

1. Heere

Het woord ‘Heere’ zou dan verwijzen naar het goddelijk karakter van God, en naar wat het betekent om over God te spreken als over soevereine Koning en liefhebbende Vader. Dit zou een discussie inhouden over God als Schepper en over wat het voor ons betekent om zijn schepselen te zijn. Dit zou ook een gesprek inhouden over wat God ons heeft bekend gemaakt over zijn heerschappij als Schepper. Dat Hij alle dingen ontworpen heeft door en voor Jezus Christus (Joh. 1:1-5; Kol. 1:16).

Daar hoort ook bij onze hachelijke menselijke situatie als makers van afgoden, die voortdurend andere heren, goden, farao’s en keizers kiezen vanuit de gedachte dat we met hen beter af zijn, terwijl we ons tegelijkertijd afkeren van de enige bron van leven, God zelf.

2. Jezus

Het tweede woord, ‘Jezus’, zou een gesprek inhouden over wat deze naam betekent: Zij zal een zoon baren en u zult hem de naam ‘Jezus’ geven, want Hij zal zijn volk redden van hun zonden” (Matt. 1:21). Wie spreekt deze woorden? Dat is de Schepper God, de verbondsgod van Israël. Tegen wie zegt Hij dit? Hij zegt dit tegen Jozef, als nakomeling van Abraham en uit het geslacht van David. Dit zou dan zowel duidelijk maken dat het God is die deze redding zendt door de Heilige Geest, en tevens de verbondsgeschiedenis die hier achter zit. Dit is de geschiedenis van Israël nu samengevat in één Persoon, het zaad van Abraham, de zoon van David.

Vervolgens zou het woord ‘Jezus’ de beschrijving vereisen van ‘redden’ en ‘zonde’. Waarom hebben wij redding nodig? Wat is er met ons gebeurd? Wat betekent het dat wij zondaren zijn ten opzichte van een heilige God? Dit zou inhouden dat we iets laten zien van de toorn van God tegen de zonde, de liefde van God om in redding te voorzien, en de manier waarop deze twee dingen samenkomen in het kruis van Christus (Rom. 1-3). Dit zou ook een gesprek betekenen over de vloek die over ons gekomen is vanwege onze zonde, en over hoe Jezus die vloek voor ons gedragen heeft door zich in onze plaats voor ons op te offeren (Gal. 3).

De naam ‘Jezus’ zou het ook nodig maken om de woorden ‘zijn volk’ te definiëren. Jezus is het Woord – Het Woord dat het universum bij elkaar houdt, wordt vlees. Hij is bij ons gekomen in ons mens-zijn, is volledig als een van ons geworden, maar zonder zonde. Hij is daarom in staat om onze priester te zijn, om in de hemelse tempel voor ons te bemiddelen met zijn eigen bloed, zijn eigen gebeden en zijn eigen leven. Dit houdt in dat we ook duidelijk zouden moeten maken wat het betekent dat God telkens weer opnieuw zegt: “U zult mijn volk zijn, en Ik zal uw God zijn.”

We kunnen het woord ‘Jezus’ niet uitspreken zonder het te hebben over zijn kerk… We zijn gered om een volk te zijn.

In Jezus vinden alle beloften van God hun ‘ja’ en ‘amen’ (2 Kor. 1:20). Jezus is de erfgenaam van Gods beloften aan Abraham, en als we geborgen zijn in Hem, zijn die beloften in zijn geheel voor ons (Gal. 3:29). Diegenen van ons die buitenstaanders waren ten aanzien van Gods beloften, zijn nu, in Hem, door het bloed van het kruis dichtbij God gekomen (Ef. 2:13). Wij allen zijn nu in Jezus niet langer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (Ef. 2:19).

Dit betekent dat we het woord ‘Jezus’ niet kunnen uitspreken zonder het te hebben over zijn kerk, die met Hem verenigd is door de Geest zoals een hoofd met een lichaam. We zijn gered om een volk te zijn.

3. Christus

Het laatste woord is ‘Christus, waarvan ik zou uitleggen dat het niet de achternaam is van Jezus, maar een titel, die betekent de ‘Gezalfde.’ Gezalfd waarmee? Met de Geest van God. Gezalfd door wie? God de Vader. Gezalfd waartoe? Koningschap. Jezus is de rechtmatige verbondskoning, die de missie van het mislukte koningschap van Adam en David vervult. Het koninkrijk van God is dan de huidige realiteit, en de toekomstige hoop, dat Gods wil gedaan zal worden zowel op de aarde als ook in de hemel. Dit koningschap heeft zich bewezen in de opstanding van Jezus uit de dood, als de eerstgeborene van een volledig gezin dat bevrijd is van dood en hel (Rom. 8:29). Met het woord ‘Christus’ kijken we terug op de geschiedenis van het volk van Israël waaraan verlossing beloofd was. We kijken ook vooruit naar onze toekomst als mede-erfgenamen met Jezus om te heersen over het hele geschapen universum. Op deze manier vervult Christus Jezus al Gods bedoelingen voor het universum (Ef. 1:10-11) en overhandigt Hij een voltooide kosmische missie aan zijn Vader, zodat God alles en in allen zal zijn (1 Kor. 15:28).

Wij kreunen als we de ravage van de zondeval overal om ons heen zien, maar we gaan ook nu al met vreugde het Koninkrijk binnen wanneer we daartoe gevormd worden door de Geest, en wanneer we samen in de kerk het model van het komende Koninkrijk belichamen. We hebben elkaar lief en vergeven en dienen elkaar, en leven met een missie voor de buitenwereld als ambassadeurs van de komende koning.

We zouden natuurlijk nog veel meer moeten zeggen. Dat is de reden dat we de 66 door God geïnspireerde boeken van de Schrift nodig hebben. Dat is waarom we de Geest van Christus nodig hebben om ons te leren hoe we van Hem kunnen horen uit diezelfde Schrift. We hebben veel woorden nodig en God heeft ons veel woorden gegeven. Maar ik denk dat we het gesprek met drie woorden kunnen starten: “Heere Jezus Christus.” En als we dat doen, kan het ons oefenen in dat wat we allen eens met gebogen knieën zullen belijden: “Jezus Christus is de Heere tot heerlijkheid van God de Vader (Filip. 2:11).

Laad meer
Laden