Een retorische vraag

Lightstock

Uw weg, God, is een heilige weg –
welke god is zo groot als onze God?
U bent de God die wonderen doet,
u hebt de volken uw macht getoond,
uw arm heeft uw volk bevrijd,
de kinderen van Jakob en Jozef.
(Ps. 77:14-16, NBV)

Soms is een vraag niet echt een vraag. ‘Wie had dat gedacht?’ — bij zo’n vraag is het niet de bedoeling dat je namen van mensen gaat opnoemen die zoiets gedacht zouden kunnen hebben. Het is een vraag van het type: de vraag stellen is haar beantwoorden, een vraag waar je eigenlijk in plaats van een vraagteken een uitroepteken achter zou moeten zetten. Zoiets wordt een retorische vraag genoemd. Wie had dat gedacht? — Niemand! In de Dag van gisteren hoorden we de wijs Weergaloos als een stellige uitspraak: ‘niemand is als u’. De wijs Weergaloos klinkt ook vaak in de vorm van een vraag: ‘Wie is aan u gelijk?’ Die vraag is een retorische vraag. Het antwoord is duidelijk: Niemand! Met andere woorden: ‘Wie is aan u gelijk?’, met een vraagteken, en: ‘Niemand is aan u gelijk!’ met een uitroepteken — het is dezelfde boodschap in een verschillende verpakking.

‘Wie is aan u gelijk?’, met een vraagteken, en: ‘Niemand is aan u gelijk!’ met een uitroepteken — het is dezelfde boodschap in een verschillende verpakking.

Op die manier komen we de wijs Weergaloos tegen in een van de oudste liederen in de Bijbel. Je moet ervoor in het boek Exodus zijn. Het lied werd gezongen nadat het volk Israël gered was uit een onmogelijke situatie. Probeer het je voor te stellen. Je kunt geen kant meer op: je wordt achtervolgd door een vijandig leger, en voor je ligt de Rietzee. Dat kan alleen maar slecht aflopen. Maar dan onderschat je JHWH, de God van Israël. Hij legt de zee droog en verslaat de vijand. Op dat moment gaan de Israëlieten zingen, en je hoort de wijs Weergaloos, in de vorm van een retorische vraag die ook nog een keer herhaald wordt: ‘Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke […]’. Je ziet ze hun hoofd schudden van verbazing en opluchting. Wie is uw gelijke? — helemaal niemand dus. JHWH slaagt erin ze te redden uit een onmogelijke situatie. Zo is er maar één: ‘wie anders verricht zulke wonderen?’ (Ex. 15:11, NBV)

Tegen vergeetachtigheid

De bidder in de dagtekst leefde honderden jaren later. Hij worstelt met kwellende gedachten over Gods trouw en genade. Hij weet maar één ding dat kan tegenhouden dat hij door zijn kwellende gedachten wordt meegesleurd: terugdenken aan ‘de daden van de HEER’, zijn ‘wonderen van vroeger’ (Ps. 86:12, NBV). Die maatregel tegen vergeetachtigheid is niet overbodig, zoals de volgende Psalm laat zien. Mensen vergeten zomaar Gods ‘grote daden, de wonderen die hij had getoond.’ (Ps. 78:11, NBV) Het doorvertellen aan een volgende generatie is belangrijk om het vertrouwen op God er in te houden (Ps. 78:7-8).

Mensen vergeten zomaar Gods ‘grote daden, de wonderen die hij had getoond.’

De bidder laat het niet bij een mooi voornemen. Hij gaat in gedachten terug naar dat roemrijke verleden. En dan dringt er door de barsten van zijn bestaan licht naar binnen. We horen verschillende echo’s van het lied dat Mozes samen met de Israëlieten zong, zoals ‘de hand’ van de Allerhoogste — zoals de bidder God nu noemt —, ‘heiligheid’ als kenmerk van Gods optreden, de ‘wonderen’ die hij deed om zijn volk te bevrijden. De herinnering roept bij de bidder dezelfde reactie op als bij de mensen die het eeuwen geleden zelf hadden meegemaakt: verbazing. Opnieuw horen we de wijs Weergaloos, in de vorm van een vraag: ‘welke God is zo groot als onze God?’ De bidder kan er weer even tegen.

Noot van de redactie: 

De teksten in deze serie vormen een vingeroefening voor een dagboek dat later gepubliceerd zal worden (voorlopige titel: Onvergelijkelijke grootheid. Het Evangelie van Gods glorie, Uitgeverij Van Wijnen). Het voornemen is elke dinsdag- en vrijdagavond een nieuwe tekst online te zetten: een routebeschrijving halverwege de week, en dan nog een tegen het einde van de week.

Klik hier voor alle delen uit deze serie.

Deel
Laad meer
Laden