3 redenen waarom ik anders ging denken over plaatsvervangend straflijden

Neuestock

Ik ben opgevoed in het soort evangelische kerk waar het er bij ons als kinderen ingehamerd werd dat Jezus stierf om ons te redden van onze zonden. Het kruis van Jezus was het middelpunt van de boodschap bij zomerkampen, vakantiebijbelclubs en jeugdgroepgesprekken. Jezus was in mijn plaats gestorven en droeg mijn zonde en de straf voor mij, zodat ik God kon kennen en voor altijd met Hem kon leven.

Toen ik begon met het lezen van theologische boeken en met het zelf verkennen van het geloof, werd ik wantrouwig ten aanzien van de overtuigingen waarmee ik was opgevoed. Ik las enkele doordachte auteurs die serieuze vragen stelden over de manier waarop ik het kruis en de verlossing altijd had begrepen. Ik las Brian McLaren’s A New Kind of Christian. Ik las de inmiddels beroemde regel van Steve Chalke en Alan Mann in The Lost Message of Jesus:

Het kruis is geen vorm van kosmisch kindermisbruik – een wraakzuchtige Vader, die zijn Zoon straft voor een overtreding die hij niet eens heeft begaan. … Als het kruis een persoonlijke daad van geweld is die door God tegen de mensheid wordt gepleegd, maar door zijn Zoon wordt gedragen, dan is het een aanfluiting van Jezus’ eigen leer om je vijanden lief te hebben. … het idee dat God een boze godheid was, die een offer eiste om zijn toorn te stillen, leek zeker meer op een oude heidense god dan op de Vader van Jezus Christus.

Ik las kritieken op de satisfactietheorie van Anselmus die onthulden hoe invloedrijk deze theorie was geweest, maar hoezeer deze gebonden was aan haar middeleeuwse, Westerse, forensische categorieën. Meer nog, het idee dat God een boze godheid is – die een offer vereist om zijn toorn te stillen – leek zeker meer op een oude heidense god dan de Vader van Jezus Christus.

Als er al iets duidelijk was, dan was het dat de schrijvers uit de vroege kerk zich van deze heidense motieven distantieerden en over het kruis spraken op een manier die zich niet concentreerde op Gods toorn, de straf op de zonde en de plaatsvervanging. Zo’n beeld leek alleen te ontstaan als “een rechtszaaldrama van Calvijns verbeelding”, zoals Bradley Jersak het uitdrukte. Het maakte van God iemand die kwaad is, van zijn Zoon een slachtoffer, en van mij een dankbare maar (licht geschokte) begunstigde van de gewelddadige verschrikkingen van de kruisiging.

De visie op verzoening waarmee ik was opgegroeid, leek vreselijk vervormd, simplistisch en niet historisch onderbouwd. Het was tijd om verder te gaan kijken.

Daarheen en weer terug

Maar terwijl ik door de jaren heen bleef lezen, voelde ik dat mijn theologische revolutie overhaast was geweest. Was het begrip van het kruis van mijn jeugd simplistisch en naïef? Zeker, ik was tenslotte een kind. Het was dus gemakkelijk om de kritiek van volwassenen op de illustraties van de zondagsschool te lezen en er de spot mee te drijven. Het was gemakkelijk om mijn geloof van de “jeugdgroep” te deconstrueren en trots te dumpen ten faveure van de verlichting van mijn nieuwe favoriete auteurs.

Maar was het echt een theologische revolutie als ik om te beginnen al nooit een serieuze verzoeningstheologie had?

Maar was het echt een theologische revolutie als ik om te beginnen al nooit een serieuze verzoeningstheologie had? Ik had niet veel van Calvijn, Irenaeus, Anselmus of Athanasius gelezen. Ik had ook niet veel tijd besteed aan het spitten in de Schrift – wat voor mij een waarschuwing had moeten zijn. Het op deze manier bedrijven van theologie heeft een grappige manier om ons te ontmaskeren. Ik begon me te realiseren dat de wraakzuchtige, heidense, liefdeloze god waarin ik vermoedelijk geloofde geen enkele relatie had met de echte God waarop ik als kleine jongen was gaan vertrouwen. Hoe betrouwbaar waren mijn nieuwe gidsen geweest?

Drie belangrijke dingen hebben mijn denken over de dood van Christus bepaald, en ik ben nu veel dichter bij waar ik begonnen ben dan ik dacht dat ik zou kunnen zijn.

1. Gewoonweg de Bijbel lezen

Iedereen kan wijzen op de bewijsteksten die Jezus voorstellen als een substituut om de straf op de zonde te dragen, zoals Jesaja 53:5 en 2 Korintiërs 5:21. Veel mensen vinden manieren om deze teksten te omzeilen om het kruis op een andere manier te lezen – en dat is altijd mogelijk met bewijsteksten. Maar toen ik de Schrift dieper begon te lezen, kwam ik ertoe deze teksten te zien in het licht van de grote thema’s en typologieën van de Schrift. Ik zag geen andere manier om ze te interpreteren – de dierenhuiden in Genesis 3, de ram in Genesis 22, het Pesach-lam en de eerstgeboren zonen, de duisternis van het oordeel in de nacht van de uittocht uit Egypte en de duisternis die viel toen Jezus stierf, al het onmiskenbare taalgebruik van verzoening door voldoening en het bloed op het verzoendeksel, en nog zoveel meer.

Het gewoonweg lezen van de Schriften in hun volledige samenhang en te zien dat het Oude Testament herhaaldelijk vooruitblikt op het evangelie, liet me zien dat Jezus die onze zonde en haar straf draagt, centraal staat – niet in de marge en niet kunstmatig aan de Schriften opgedrongen – in de enorme reikwijdte van het verhaal.

2. De Drie-eenheid

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat sommige verklaringen van het kruis die ik als kind hoorde, niet trinitarisch waren. ‘God’ was boos op de zonde, maar wilde een manier vinden om ons te redden, en ‘Jezus’ was een derde partij die erbij kwam om dat te laten werken. Het is gedeeltelijk waar, het is simplistisch, en het kan leiden tot een verdraaiing van het evangelie en de leer van de Drie-eenheid. Maar geen van mijn zondagsschoolleerkrachten was theologisch geschoold en ik was 10 jaar. Een beetje genade en geduld zou ons wellicht gegund kunnen worden.

Het heeft geen zin om een ‘wraakzuchtige God’ tegenover een ‘onschuldige Jezus’ te stellen, want degene die aan de boom is gespijkerd, is zelf de zonde-hatende, en zondaars-reddende God.

Volgens de Schrift worden alle drie de Personen van de Godheid beledigd door de zonde. Alle drie de Personen zijn toegewijd aan het vernietigen van de zonde en het bevrijden van de mensheid en de wereld van de vloek. Jezus is de eeuwige Zoon, en toen Hij stierf aan het kruis, was Hij daar omdat Hij ervoor had gekozen om zijn leven neer te leggen, een plan dat in de eeuwigheid was bedacht. Filippenzen 2:6-8 laat duidelijk zien dat de Zoon van God voor zijn incarnatie besluit om vlees aan te nemen, een dienaar te worden en voor zondaars de dood in te gaan. Zijn gebed in Gethsemane, als Hij nadenkt over de beker van Gods toorn, is dat de wil van de Vader door zijn dood volbracht zou worden (Matt. 26:42).

Het heeft geen zin om een ‘wraakzuchtige God’ tegenover een ‘onschuldige Jezus’ te stellen, want degene die aan de boom is gespijkerd, is zelf de zonde-hatende, zondaars-reddende God. De medeplichtigheid van de Zoon aan zijn eigen veroordeling als onze plaatsvervanger is een van de meest glorieuze waarheden van het evangelie. Duidelijk zijn over deze waarheid waarborgt niet alleen onze trouw, maar toont ook de schoonheid en liefde van Christus.

3. Het Getuigenis van de Vroege Kerk

Tegenover alle luidruchtige beweringen dat plaatsvervangend straf lijden een laatkomer is op het feest van de verzoeningstheorie, verbaasde het me dat ik oude schrijvers las die er duidelijke uiteenzettingen over aanboden. En ik vond geen enkele van de vervormingen en het kinderlijk gebrabbel waarvan mij verteld was dat ik die van de exponenten van deze theologie kon verwachten.

Hier is bijvoorbeeld een van de vroegste christelijke apologetische teksten die we hebben, De Brief van Mathetes aan Diognetus, gedateerd ergens in de tweede eeuw:

“O zoete ruil! O ondoorgrondelijke daad! O voordelen die alle verwachtingen overtreffen! Dat de goddeloosheid van velen in één enkele Rechtvaardige zou moeten worden verborgen, en dat de gerechtigheid van Eén vele overtreders zou moeten rechtvaardigen!”

In zijn uitleg van Psalm 51 schreef Augustinus (354-430):

“Want zelfs de Heer was onderworpen aan de dood, maar niet vanwege de zonde: Hij nam onze straf op zich, en ontneemt ons zo onze schuld. … Welnu, omdat de mensen onder de toorn lagen vanwege hun erfzonde … was er behoefte aan een bemiddelaar, dat wil zeggen aan een verzoener, die door het offeren van één offer, waarvan alle offers van de wet en de profeten voorafbeeldingen waren, deze toorn moest wegnemen. … Wanneer nu van God gezegd wordt dat Hij boos is, schrijven we Hem niet het verstoorde gevoel toe dat eigen is aan de geest van een mens die boos is; maar we noemen zijn rechtvaardige ongenoegen over de zonde ‘boosheid’, een woord dat we naar analogie van menselijke emoties in overdrachtelijke zin gebruiken.”

Zelfs oude liederen bezongen het toorn-dragende offer van Christus. Venantius Fortunatus’ (530-607) begint zijn prachtige, 1.500 jaar gelden geschreven hymne, “Zie de beoogde dag opstaan,” als volgt:

‘Zie de bestemde dag rijzen! Zie een gewillig offer! Jezus, om ons van ons verlies te verlossen, hangt aan het beschamende kruis; Jezus, wie anders dan U kon zo’n grote en rechtvaardige toorn  verdragen? Elke stekende en heftige pijn die Uw leven van ellende beëindigt?’

Ik las ook eigentijdse evangelische klassiekers, John Stotts The Cross of Christ en J.I. Packers What Did the Cross Achieve?, en ontdekte dat ze volledig in overeenstemming zijn met mijn lezing van de historische primaire bronnen.

Halleluja, wat een Redder!

Misschien was mijn begrip uit mijn kindertijd beperkt. Geen grote verrassing dus. Maar in de Schrift, in de theologie en in de kerkgeschiedenis bleef ik staren naar de dood van Jezus in mijn plaats voor mijn zonden.

Zeker, beelden moeten worden bijgesteld, we moeten zorgvuldig zijn met taal, en er zijn kernconcepten waarmee rekening moet worden gehouden, zoals ‘vertegenwoordiging (representatie)’, [Jezus Christus als] hoofd en ‘vereniging [met Christus]’, de omverwerping van kwade machten, de kosmische overwinning van het kruis, en ga zo maar door. Toch hebben deze overwegingen het ‘goede pand’ [vgl. 2 Tim. 1:14] dat ik als kind heb ontvangen alleen maar versterkt en verrijkt.

Noot van de redactie: 

Dit artikel stond oorspronkelijk op de blog van Union Publishing.

Laad meer
Laden